Branders.name : 10.2005
Linux op een Windowspc
Steeds meer mensen beginnen te beseffen dat er ook andere besturingssystemen bestaan dan Windows. Sommigen schakelen over op een Macintosh en anderen zetten een stapje verder en wagen hun in de wereld van Linux. Niet iedereen slaagt er echter in om vol te houden en ook Linux te blijven gebruiken.
In dit artikel gaan we het hebben over de migratie naar Linux. Met wat moet je rekening houden? Hoe gaat het in zijn werk? En wat daarna? Dat zijn maar enkele vragen die beantwoord zullen worden. Op het einde van het artikel zal je in staat zijn om een Linuxdistributie te installeren naast een bestaande Windowsinstallatie.
Omdat het onmogelijk is om alle denkbare Linuxdistributies te bespreken in dit artikel, heb ik ervoor gekozen om het artikel algemener te houden. Extra informatie over de distributies zelf, kan meestal opgezocht worden in de documentatie of gevraagd worden op een forum of mailinglist.
Termen
Voor we beginnen, zal ik eerst enkele veelgebruikte termen uitleggen. Zonder deze kennis van deze termen gaat het anders moeilijk worden om dit artikel te verstaan.
- Kernel: het hart van ieder besturingssysteem. De kernel is eigenlijk het basissysteem waarrond het hele systeem werkt.
- Unix
- GNU: GNU is Not Unix. Een project dat gestart werd door Richard Stallman. Hij wou een besturingssysteem bouwen dat op Unix gelijkt, maar dat volledig ‘vrij’ is.
- GNU/Linux: een combinatie van het GNU-project en de Linux-kernel. Samen vormen ze een vrij besturingssysteem.
- Distributie: een verzameling van software die op elkaar is afgestemd rondom de Linux-kernel. Iedere distributie heeft zo zijn eigen doel (bijvoorbeeld firewall, server en rescue disk).
- HCL: (hardware compatibility list) een lijst met hardware die werkt onder Linux.
- Distributie (distro): een verzameling van softwarepakketten die op elkaar en op de Linux kernel afgestemd zijn. Even verderop vind je een lijst met bekende distributies.
Voor de installatie
Het gedeelte vóór de installatie is waarschijnlijk het belangrijkste gedeelte. Hier neem je immers de beslissingen die de rest van je ‘Linuxcarrière’ zullen bepalen. Als je hier een fout begaat, zoals bijvoorbeeld een te moeilijke distributie kiezen, kan de Linux-experience wel eens tegenvallen.
Het eerste wat je moet doen als je met Linux wilt starten, is een mentale knop omdraaien. Je weet niets meer. Hoeveel je ook weet van Windows, het is niet te vergelijken met wat Linux doet. Het zijn verschillende besturingssystemen met ieder zijn voor- en nadelen. Maak dus niet de fout om beide systemen met elkaar te vergelijken.
Om met Linux leren te werken heb je, zeker in het begin, zeer veel tijd en geduld nodig. Als je geen tijd hebt om van nul te beginnen met een besturingssysteem, begin dan helemaal niet. Stel het dan eventueel uit tot je er wel klaar voor bent. Als je toch begint, zal je merken dat je halverwege moet opgeven, omdat de installatie niet lukt of omdat je de configuratie niet goed krijgt. Een vakantieperiode is dus het best geschikt hiervoor.
De tweede stap die je moet nemen, is je hardware leren kennen. Niet gewoon de merknamen kunnen opnoemen, maar de volledige specificaties. En als ik zeg ‘hardware’, dan wordt daar niet enkel het moederbord en de DVD-drive mee bedoelt, maar alles wat in je pc zit: monitor, toetsenbord, muis/trackball, geluidskaart, videokaart, microfoon, moederbord, diskdrive, CD/DVD-drive, harddrive (IDE of SCSI?), etc. Verzeker je ervan dat je niets vergeet! Typ de specificaties uit, zodat je ze altijd bij de hand hebt. Surf eventueel naar de websites van fabrikanten om achter de details te komen. Controleer ook of de fabrikant eventueel zelf Linuxdrivers aanlevert (nVidia doet dit bijvoorbeeld). Tijdens de installatie en configuratie van Linux zal je deze gegevens zeker nodig hebben.
Wat ook zeer aan te raden is, is om je hardware op voorhand te controleren. Ga langs op fora en zoek of er al discussies gestart zijn over jouw types hardware. Wat ikzelf zeer handig vind, zijn de “Hardware Compatibility Lists”. In zo’n lijst vind je een overzicht van hardware, meestal vergezeld van een review. Een voorbeeld vind je op
De laatste stap voor je kan beginnen installeren, is de distributiekeuze. Deze keuze is wat de meeste mensen tegenhoudt om met Linux te starten. Er zijn immers honderden verschillende distributies waardoor de gebruiker soms wat overdonderd wordt. Toch zijn er maar enkele ‘groten’, waardoor de keuze toch al wat makkelijker wordt.
Eerst en vooral moet je het doel goed voor ogen zien om een distributie te kiezen. Wat wil je later met die pc gaan doen. Wordt het een server of een workstation. Ben je bereid veel tijd te spenderen aan de configuratie of wil je liever een distributie die bijna alles zelf regelt? Wil je met commando’s werken of verkies je een grafische configuratiemanager?
SuSE, Fedora en Mandriva (een samengaan van het vroegere Mandrake en Connectiva) zijn distributies die tools leveren waardoor je makkelijk je pc kan configureren. Gentoo, Debian en Slackware daarentegen gaan er van uit dat je de pc kan configureren vanaf de de commandolijn. Daarom zijn de eerste drie ook iets meer geschikt voor beginners. Het kan nochtans zeer leerrijk zijn om onmiddellijk met een wat moeilijkere distributie te beginnen. Zo leer je immer meer over Linux zelf, omdat je in het begin zeer veel zal moeten opzoeken. Als je echter snel aan de slag wilt, ben je best af met één van de eerste drie. Ubuntu kan je plaatsen tussen deze twee categoriën. Ubuntu is gebaseerd op Debian, maar is zo opgebouwd dat je het systeembeheer via tooltjes kan regelen. Deze distributie wint de laatste tijd zeer hard aan populariteit, mede doordat je er Debianpakketten kan op installeren (en Debian heeft een uitgebreid aanbod van zulke ‘pakketten’).
Als je de distributie gekozen hebt, kan je beginnen met de installatie.
De installatie
Omdat het onmogelijk is om alle verschillende situaties te bespreken, beperken we ons tot één distributie. We gaan van deze situatie uit:
We hebben een Intel Pentium IV met 512 MB geheugen. Op de pc staat Windows XP al geïnstalleerd. De pc heeft een harde schijf van 80 GB. We werken met een 19″ CRT beeldscherm van Philips, een standaard muis (twee knoppen en een scrollwieltje). Als toetsenbord gebruiken we een draadloos toetsenbord van Logitech. We hebben ook nog twee randapparaten: een inkjet printer van HP en een Epson scanner.
Omdat er nog andere mensen met de pc werken (en omdat we zelf nog graag eens een spelletje spelen), gaan we er een zogenaamde dual-boot installatie van maken. “Dual-boot” wilt zeggen dat je meerdere besturingssystemen naast elkaar installeert. Bij het opstarten kan je dan kiezen in welk systeem je wilt werken. Het is vooral handig als je Windows moeilijk achter je kan laten. Het is even goed mogelijk om twee verschillende Linuxdistributies naast elkaar te installeren of twee verschillende Windowsversies.
Het moeilijkste onderdeel van de installatie is de partitionering. Kort gezegd is dit de wijze waarop je je harde schijf verdeelt. Windows en Linux gebruiken immers andere bestandssystemen (respectievelijk FAT32/NTFS en ext2/ext3/ReiserFS). Je moet je harde schijf dus gaan opdelen in partities (“delen”) om de twee besturingssystemen van elkaar gescheiden te houden. Als je geluk hebt, heeft de computerboer al twee (of meer) partities aangemaakt toen hij Windows installeerde. Je kan dan gewoon de inhoud van de tweede partitie naar de eerste partitie kopiëren (of op cd’s branden) en de partitie verwijderen.
Als je wat minder geluk hebt, zal je de bestaande Windowspartitie moeten verkleinen. Let op: dit is niet zonder gevaar! Als je per ongeluk een verkeerde handeling maakt, kan je je gegevens kwijt zijn. Maak dus zeker en vast een backup! Daarna kan je met een tool aan de slag om de partitie van grootte te veranderen. Norton Partition Magic (http://www.symantec.com/partitionmagic/) is een programma dat zeer geschikt is voor deze taak. Er zijn echter ook gratis oplossing, zoals NTFSresize (enkel geschikt voor het NTFS bestandssysteem!). Hoewel het meestal niet nodig is, is het een zeer goed idee om eerst je harde schijf volledig te defragmenteren. Bij een defragmentatie worden alle bestanden in het begin van de harde schijf geplaatst. Je kan dan makkelijker schijfruimte afnemen van het einde van de harde schijf.
Hoeveel ruimte je moet vrijmaken voor Linux hangt af van de distributie die je gebruikt. Enkele gigabytes zijn meestal genoeg, maar als je wat bewegingsvrijheid wilt om programma’s te installeren, moet je daar rekening mee houden. In dit geval (een harde schijf van 80 GB) verdelen we de ruimte evenredig: 40 GB voor Windows en 40 GB voor Linux.
Op de afbeelding zie je een harde schijf die opgedeeld is in twee partities. Nummer 1 is de harde schijf als je enkel Windows geïnstalleerd hebt. Bij nummer 2 hebben we vrije ruimte gecreëerd door de Windows partitie te verkleinen. Nummer 3 illustreert hoe de harde schijf uiteindelijk verdeeld is in een partitie voor Windows en één voor Linux.
Linux- en WindowspartitiesPartitioneren
Omdat partitioneren zo’n belangrijke en gevoelige operatie is, kan je best nog enkele documenten doorlezen. Aanraders zijn * Over partities en partitioneren * De Linux System Administrator’s Guide * Debian Manual (Partities aanmaken)
Het belangrijkste is dat je goed weet wat je aan het doen bent. Als je nog altijd twijfelt, vraag dan hulp van een vriend of op een forum/nieuwsgroep.
Hierna kunnen we de installatie beginnen. Zorg ervoor dat de pc afgesloten is en leg de eerste cd/dvd in de lader. Zet de pc aan. De installatie start nu automatisch. Als de installatie niet automatisch start, controleer dat de instellingen van je BIOS eens. Het BIOS (wat staat voor Basic Input/Output System) zorgt voor de communicatie tussen de hardware en het besturingssysteem. Je geraakt in je BIOS door tijdens het opstarten (de eerste paar seconden) een toets ingedrukt te houden. Soms is dit de Delete toets, soms is het een combinatie van toetsen. Controleer de handleiding van je moederbord om dit te weten te komen. Eénmaal in het BIOS, kan je ervoor zorgen dat er eerst van je cd/dvd-drive geboot wordt en daarna pas van je harde schijf.
Een Linuxinstallatie bestaat grofweg uit 5 delen: - introductie en basisinstellingen (land, taal, toetsenbord) - partities aanduiden en aanmaken - software selecteren (je hoeft immers niet alles te installeren) - de installatie zelf (hier hoef je niets te doen) - configuratie van het systeem
De introductie en de basisinstellingen wijzen eigenlijk zichzelf uit. Selecteer je tijdzone, je taal, je toetsenbord (Azerty, Qwerty), etc. Deze vragen zijn meestal rechtdoorzee en hier hoef je niet veel tijd aan te spenderen.
Het tweede deel is vrij belangrijk. Hier moet je zeer goed opletten dat je niets verkeerd doet. Daarnet hebben we vrije ruimte gecreëerd. In die ruimte gaan we nu Linux installeren. Linux zal zelf enkele voorstellen geven in de aard van: “De harde schijf formatteren en Linux installeren”, “De vrije ruimte gebruiken om Linux te installeren”, enzovoort. Natuurlijk gebruiken wij nu de vrije ruimte om de gekozen distributie te installeren. Die ruimte wordt dan geformatteerd met het bestandssysteem naar keuze (ext3 of ReiserFS zijn meestal een goede keuze). Toch zal je nog moeten partitioneren. Om het Linux makkelijk te maken, wordt er swapruimte toegevoegd. Dit is eigenlijk een uitbreiding op het geheugen. Als het geheugen vol raakt, wordt de swapruimte gebruikt. Vroeger was de regel dat je 2x de grootte van je RAM-geheugen moest nemen. Als je 1 GB geheugen hebt, is dat wat overdreven natuurlijk. Zorg er alleszins voor dat je in totaal (RAM + swap) minstens 512 MB hebt (1 GB is natuurlijk beter). De ruimte die je gebruikt voor swap, zal je voor niets anders kunnen gebruiken. Houdt daar dus rekening mee!
Mountpoints
Mountpoints zijn een zeer handig iets onder Linux. Concreet komt het er op neer dat je alle opslagmedia aan een grote bestandsboom kan hangen. Je kan die media dan benaderen net alsof het een harde schijf of iets dergelijks is. Diskettestations, cd-/dvd’s, zipdrives etc moeten “gemount” worden en komen dan terecht in de /mnt/ map. Je kan al je mountpoints vinden in het /etc/fstab bestand.
Wat is er nu zo handig aan, zal je je misschien afvragen. Wel, je kan ervoor zorgen dat je Windows-partitie automatisch gemount wordt onder Linux. Op die manier kan je alle bestanden op je Windows-partitie lezen/schrijven.
Je kan de vrije ruimte die je voor Linux gereserveerd hebt, ook in meerdere delen opdelen. Je zal sowieso een speciale swap-partitie nodig hebben. Sommige gebruikers verkiezen ook om hun /home directory (met al de instellingen en documenten van de gebruikers) op een aparte partitie onder te brengen. Je moet dit dan aangeven bij de installatie. De partities worden dan automatisch gecreëerd en de mountpoints worden aangemaakt.
Na het partitioneren krijg je meestal de vraag waarvoor het systeem dient: server, workstation, etc. Denk goed na waarvoor je het systeem gaat gebruiken. Als je hier server kiest, terwijl je eigenlijk geen server nodig hebt, zal je een hoop overbodige pakketten mee-installeren. Voor de meesten is “workstation” een goede keuze. Er worden dan tekstverwerkers en woordenboeken meegeïnstalleerd. Eigenlijk alles wat je nodig hebt om dagelijks op die pc te werken.
Sommige distributies geven ook nog de mogelijkheid om zelf de softwarepakketten te selecteren bij het installeren. Afhankelijk van de distributie kan dit vrij veel tijd in beslag nemen. Je kan dan eigenlijk beter één van de voorkeuzes (bv. workstation) kiezen en achteraf de pakketten bij-installeren. Dit voorkomt dat je tijdens de installatie al te veel (of nog erger: te weinig) pakketten gaat installeren.
Na de selectie van het soort systeem (en eventueel de pakketten) gaat de installatie echt van start. De pakketten worden geïnstalleerd. Afhankelijk van de distributie kan dit wel even duren. Uit ervaring weet ik dat je minstens op een half uur moet rekenen. Het spreekt voor zich dat dit grotendeels afhangt van het aantal pakketten dat je geselecteerd hebt voor de installatie. Dit is het geschikte moment om een tas koffie of thee te gaan drinken. Als je een dvd gebruikt, kan je rustig vertrekken. De computer zal reeks mooi afwerken. Als je nog cd’tjes gebruikt, ga dan regelmatig eens kijken of er een nieuwe cd nodig is.
Als je tas koffie/thee leeg is, kan je verdergaan met het volgende item: de bootloader. Een “bootloader” is een klein programmaatje dat zich in de eerste sector van je harde schijf nestelt. Die plaats is ook wel bekend als het Master Boot Record (MBR). Een bootloader zorgt ervoor dat je tijdens het opstarten kan kiezen welk systeem je opstart. Je Linuxdistributie zal nu zelf voorstellen om ofwel een diskette te gebruiken (dan wordt er niets weggeschreven in het MBR) ofwel een bootloader in het MBR te schrijven. De bootloader is een goede optie, zeker als je van plan bent om frequent in Linux te booten (waarom installeer je het anders? ;-).
De GRUB bootloaderDe twee bekendste bootloaders zijn LILO en GRUB. Tegenwoordig wordt er bijna altijd GRUB gebruikt, omdat dit programma volledig grafisch werkt. LILO werkt nog in tekstmode en hoewel dit ook handig is, oogt het niet zo elegant. Het installatieprogramma weet zelf dat er op het eerste deel van je harde schijf Windows staat en op het tweede deel Linux. De installatie van GRUB (of LILO) zal dus volledig automatisch gebeuren. Mocht dat toch niet het geval zijn (afhankelijk van je distributie), consulteer dan de fora en (online) handleidingen van je Linux-distributie. Maak zeker ook een “rescue disk” aan als dit gevraagd wordt. Mocht er iets mis gaan bij de installatie van de bootloader, dan kan het systeem toch nog opgestart worden. Meestal heb je zo’n rescue disk niet nodig, maar het is altijd handig als je er ééntje bij de hand hebt. In deze fase van de installatie wordt ook gevraagd om een “rootwachtwoord” op te geven. Dit is het wachtwoord van de beheerder. Zorg ervoor dat je het wachtwoord niet vergeet!
Na de installatie van LILO of GRUB zal de pc herstart worden. Zorg ervoor dat de cd/dvd uit de cd-lade is. Je wilt immers dezelfde installatie geen tweede keer moeten uitvoeren. Als de pc opnieuw opstart, zal het scherm van de bootloader gepresenteerd worden. Je zal er twee opties zien (in het geval dat je enkel Windows en Linux naast elkaar gebruikt). Selecteer nu de Linux-optie.
Kijk goed of je geen foutmeldingen voorbij ziet schuiven op het scherm. Als het te snel gaat, druk dan even op de scroll lock-toets, de tekst stopt dan met scrollen. Je kan al die tekst trouwens achteraf nog doorlezen in de logs. Als alles goed gaat, kom je direct in de grafische omgeving terecht. Dit is per distributie anders en sommige distributies zorgen ervoor dat je bij het opstarten op de commandolijn terechtkomt. Achteraf kan je dan pas instelling om standaard in het grafisch systeem te booten.
Na de installatie
Als je een beetje een recente distributie hebt (zoals Fedora, SuSE of Ubuntu) boot je dus automatisch grafisch. Je krijgt eerst een login venster te zien. Als je geen gebruikers hebt aangemaakt tijdens de installatie, geef je hier als login “root” en als wachtwoord het wachtwoord wat je tijdens de installatie gekozen hebt. Het eerste werk dat je moet doen is gebruikers aanmaken. Zorg ervoor dat je nooit als root hoeft in te loggen. De “root” is immers de hoofdgebruiker en heeft alle rechten om bestanden weg te gooien. Verwacht in Linux ook geen bevestiging als je iets wilt verwijderen. Sommige desktop environments (zoals Gnome en KDE) hebben wel een soort prullenmand, maar die functie is meestal beperkt.
De interface zal je waarschijnlijk wel vrij bekend voorkomen. Meestal is er een balk onderaan of bovenaan met enkele knoppen. De meest linkse knop is meestal het menu. Zoek het controlepaneel van je distributie op en voeg gebruikers toe. Begin alvast met jezelf. Zorg ervoor dat het wachtwoord van de hoofdgebruiker (root) niet hetzelfde is als dat van een gewone gebruiker! Log na de aanmaak van een gebruiker uit en terug in als gewone gebruiker.
Nu kun je het ganse systeem verkennen. Voor alle systeemfuncties en potentieel “gevaarlijke” items zal het rootwachtwoord gevraagd worden. Probeer alles gerust uit. Als je nog nooit met iets anders dan Linux gewerkt hebt, zal het in het begin wat wennen zijn. Verwacht zeker niet dat je in één week alles onder de knie zal hebben!
Tijdens je verkenningstoch kan je ook eens een kijkje nemen in de terminal. Zoek naar een programma met ‘term’ in de naam. Er zijn verschillende soorten van deze terminals, maar ze doen eigenlijk allemaal hetzelfde. Als je zo’n terminal (bijvoorbeeld xterm) start, dan krijg je een soort van commandolijn te zien. Als je ooit met DOS gewerkt hebt, zal je dit zeker herkennen. Enkele commando’s zijn zelfs hetzelfde. Typ nu “ls” en druk enter. Je krijgt te zien welke bestanden in de huidige directory staan. Door op internet te zoeken naar “linux commando” of “bash commando” kan je lijsten vinden met commando’s.
Als je een uurtje het systeem verkend hebt, wordt het terug tijd voor het wat serieuzere werk: updates. Iedere zichzelf respecterende distributie brengt regelmatig updates uit. De meeste van deze updates voegen enkele mogelijkheden toe aan programma’s, maar soms gaat het om veiligheidsupdates. En het zijn net die updates die zo belangrijk zijn voor je distributie. Omdat het update/upgrade-systeem per distributie verschilt, kan je dit het best opzoeken in de documentatie van je distributie. Zelfs als je de nieuwste versie van het internet geplukt hebt, kan je best toch eens een update uitvoeren.
Eénmaal dat gedaan is, ben je klaar om de wondere wereld van Linux te ontdekken!
Hulp zoeken
Zoals al enkele keren gezegd is: verwacht zeker niet dat je alles binnen de week onder de knie zult krijgen. Integendeel zelfs, het zal een hele tijd duren eer je alles zal kunnen wat je wilt. Er zijn Linuxgebruikers die al meer dan 10 jaar Linux gebruiken en die nog van zichzelf vinden dat ze beginner zijn. Dat is nu ook net het leuke aan Linux. Je kan blijven ontdekken en uitproberen.
Wat je de eerste weken zeker veel zal moeten doen, is lezen. Documentatie, FAQ’s, HOWTO’s, fora, wiki’s, nieuwsgroepen, irc, etc. Hoe meer je leest, hoe sneller je bijleert. Onderaan dit artikel vind je alvast een lijst met enkele van de belangrijkste bronnen waar je terecht kan met al je vragen.
Nog even enkele tips voor fora en nieuwsgroepen: * De meeste fora hebben een uitgebreide zoekfunctie. Gebruik deze eerst voor je een vraag stelt. * Lees de ‘sticky’ posts op fora. Dit zijn de posts bovenaan ieder subforum. Ze bevatten veelal een lijst met veelgestelde vragen. * De meeste nieuwsgroepen hebben een FAQ. Zoek deze eerst even op voordat je iets vraagt. * Vraag nooit “Wat is de beste distributie?”, want dat is een straatje zonder einde. Als je toch twijfelt, vertel dan waarvoor je Linux wilt gaan gebruiken en stel zelf enkele distributies voor waar je tussen twijfelt. * Als jouw probleem er niet in voorkomt, start dan een nieuwe post. Vermeld zeker: 1) je distributie (naam, versie, eventueel zelfs de kernelversie), 2) je hardware (enkel de relevante hardware natuurlijk), 3) wat er wel goed werkt (dan kunnen sommige oplossingen al uitgesloten worden).
Op die manier zal je op vrijwel alle fora en nieuwgroepen een snel antwoord krijgen. Zeker het laatste punt is belangrijk, anders krijg je in het volgende antwoord die vragen wel.
Als je persoonlijk contact op prijs stelt, dan kan je ook hulp zoeken in een LUG. LUG staat voor Linux User Group. Dit is een groep van mensen die om de zoveel tijd samen komen om te spreken over Linux of andere open source onderwerpen. Je kan er terecht met al je vragen over Linux. Als je een laptop hebt, kan je die direct meenemen om ter plaatse het probleem te laten bestuderen. Ook als je geen Linux gebruikt, maar nog vragen hebt, kan je er terecht. De mensen daar zullen je maar al te graag laten zien wat je met Linux kan doen. Ook als je twijfelt over hoe je Linux moet installeren, kan je er terecht. Neem je laptopje en de installatie-cd’tjes mee en je krijgt onmiddellijk hulp.
In zowel België als Nederland zijn er verschillende LUG’s. Er is er dus zeker wel ééntje in je buurt waar je terecht kan met al je vragen. Je vindt een uitgebreide lijst van zulke LUG’s in Nederland en Vlaanderen op http://nl.linux.org/community/lug.php en op http://belgian-lugs.be/ .
Om te concluderen zet ik alle stappen nog even op een rijtje:
- Voor de installatie
- Mentale knop omdraaien en tijd vrijmaken
- Ken je hardware
- Kies een distributie
- Ruimte vrijmaken
- De installatie zelf
- Introductie en basisinstellingen doorlopen
- Partities aanmaken en verdelen
- Softwarepakketten selecteren
- Installatie zelf (koffiepauze!)
- Configuratie van het systeem
- Na de installatie
- Gebruikers aanmaken
- Systeem verkennen
- Updates installeren
Je kan enkel zien wat Linux is door het te gebruiken. Hopelijk is dit artikel een aanzet om toch eens de overgang naar Linux te maken. Een dual-boot is een interessante oplossing voor mensen die niet zonder Windows kunnen leven. Zo leer je zonder schrik kennis maken met een ander besturingssysteem. “In a world without fences, who needs gates?”
Bekende distributies
Links
- Google’s speciale Linuxzoekfunctie
- NedLinux: Nederlandstalige Linuxgemeenschap met forum en wiki
- Linux.be: Belgische Linuxgemeenschap
- Distrowatch: Uitgebreide lijst met Linuxdistributies en reviews
- LinuxQuestions: Engelstalig forum voor beginners, met (HCL)
- The Linux Documentation Project
- Bart En David
- LinuxHardware: Doorzoekbare lijst met hardware reviews
- Engelstalig Linuxwoordenboek
- LinuxISO: enkele ISO’s van bekende Linuxdistributies
- nl.comp.os.linux : Linux nieuwsgroep van Nederland
- be.comp.os.linux : Belgische Linux nieuwsgroep