Branders.name

Del.icio.us extensie

Del.icio.us, de sociale bookmark dienst, heeft al even een eigen Firefox-extensie. In tegenstelling tot de bestaande extensies die beweren te werken, werkt deze echt. Het zou maar erg zijn anders.

Als je de extensie installeert, krijg je twee knoppen bij op je menubalk. Eén om naar del.icio.us te gaan en één om de bestaande webpagina te “taggen”. Er komt ook een nieuw menu bij (dat volgens mij zeer handig is). In dat menu heb je namelijk rechtstreeks toegang tot alle del.icio.us-items.

Iets meer verstopt, maar daarom niet minder handig, is de optie op door middel van een rechtermuisklik een website te bookmarken. Rechtsklikken op een link geeft je de mogelijkheid om de link aan del.icio.us toe te voegen.

Wat ik nog mis aan deze extensie, is de mogelijkheid om m’n bookmarks in een zijbalk te openen. Misschien iets voor in de toekomst?


Tip #5: bijlage niet vergeten

Je kent het wel. Je moet een mailtje sturen naar iemand met een bijlage. Je vult het e-mailadres in, typt de mail en drukt op “Verzenden”. En dan zijn er enkele opties:

  1. Je ziet je fout nog net voor je op verzenden klikt en je kan toch nog een bijlage toevoegen.
  2. Je ziet je vergetelheid net te laat en stuurt direct een mailtje met het bestand (komt eigenlijk vrij klungelig over).
  3. Je heb helemaal niets door en merk je fout pas als de andere terugmailt met de tekst dat je “waarschijnlijk wel iets vergeten bent”.

Om dit alles te vermijden is er de AttachmentRemember extensie voor Thunderbird. Deze extensie zorgt ervoor dat de kans al heel wat kleiner is dat je nog een bijlage vergeet toe toe voegen.

De extensie scant de tekst op woorden als “bijlage”, “attachment”, “bijgevoegd”, etc. Je kan zelf ook woorden toevoegen natuurlijk. Als de extensie zo’n woord tegenkomt en er is geen bijlage, dan brengt de extensie je hiervan op de hoogte, vóór je de mail verzendt! Prachtig, niet? :-)


Firefoxprofielen een bron van problemen?

De profielbeheerder van Firefox is een handig iets, zeker als je regelmatig nieuwe extensies (die niet altijd even stabiel zijn) moet uittesten. Ook al je thuis met meerdere personen bent, maar geen multi-user omgeving hebt (denk aan Windows 98). Profielen zijn dan dé manier om toch iedereen z’n eigen bladwijzers te laten gebruiken. Superhandig dus.

Toch is er ook een serieuze schaduwzijde aan het profielsysteem zoals het nu bestaat. Bart haalt het al aan: niet iedereen kan overweg met de profielbeheerder.

Ik doe nu al enige tijd (iets meer dan een jaar) de helpdesk bij Mozilla Europe. Ik kan jullie verzekeren, ik heb al vanalles de revue zien passeren. Van “Hoe kan ik m’n startpagina instellen?” over “Mijn website werkt niet” tot “Ik gebruik FFx versie xx met extensie y versie z en ik krijg volgende melding… hoe op te lossen?”. De meeste vragen zijn op te lossen in minder dan enkele minuten.

Het probleem dat echter het meeste voorkomt is hetvolgende:

bij het opstarten kreeg ik ineens een ander scherm en heb ik verdergeklikt en toen ineens waren al mijn bookmarks plotseling weg en ik vind ze niet meer terug HELP
naam bekend bij redactie ;-)

De iets-meer-dan-gemiddelde Firefoxgebruiker kent het antwoord al, maar ik zal het toch nog maar eens zeggen: - start de profielbeheerder - selecteer het andere (meestal het eerste) profiel

Veel personen lopen echter al vast op de eerste stap. Je kan ze het moeilijk kwalijk nemen. Het idee achter profielen is voor sommigen moeilijk te verstaan. Het is eigenlijk iets waar ze nooit mee in contact zouden moeten komen. Dat vind ik dan ook dat er beter kan aan Firefox: het verschijnen van de profielbeheerder bij een “gelocked” profiel (want dat is wat er aan de hand is). De oplossing zou eigenlijk simpeler moeten zijn. Lock geen enkel profiel, zodat de profielbeheerder nooit te voorschijn komt.

Ik heb al op enkele plaatsen opgevangen dat er aan gewerkt zal worden voor de 2.0 release van Firefox (die midden volgend jaar zal uitkomen). Ik hoop het alleszins, want het zou ongeveer 75% van de problemen uit de weg helpen. Niet iedereen is er immers mee opgezet als z’n bladwijzers zo maar even verdwijnen…

Als je trouwens meer wilt lezen over de profielbeheerder, dan kan ik je trouwens deze wikipagina aanraden. Meer over het bekende profielprobleem lees je op deze pagina.


Akismet: bloggen zonder spam

‘t Is eindelijk zover! De anti-spam plug-in voor WordPress waar ik het enige tijd terug over had, is officieel uitgekomen. De naam van deze trefzekere plug-in is Akismet. De werknaam was “Automattic Spam Stopper”, maar gezien iedereen dit begon af te korten als ASS, drong een nieuwe naam zich op.

Ondertussen is Akismet ook voorzien van een zeer duidelijk front-end. Met één oogopslag kan je zien welke spam hij ertussenuit heeft gehaald. Als er toch een spamreactie of -trackback doorraakt, kan je die als “spam” markeren, waarna deze voor altijd uit je reacties blijft.

Er is evenwel een addertje onder het gras. Matt verwacht dat Akismet zeer populair gaat worden (en daar ben ik ook van overtuigd). Daarom heeft hij een veiligheid ingebouwd dat de plug-in niet op grote schaal misbruikt kan worden. Je hebt nu immers een API key van WordPress.com nodig om Akismet te kunnen gebruiken, anders werkt het simpelweg niet. Je moet je dus eerst registreren bij WordPress.com. Het is niet nodig dat je het WordPress.com-weblog gebruikt, je kan gerust je eigen WP-weblog blijven gebruiken.

En nu allemaal uitproberen!


OpenDocument

Waarschijnlijk heb je wel gemerkt dat OpenOffice.org 2.0 vorige week is uitgekomen. Sinds deze versie is er veel veranderd. Hoewel de Nederlandstalige versie nog niet uit is (deze wordt binnenkort verwacht), is het toch de moeite om even stil te staan bij één van de grootste aanpassingen in OpenOffice.org 2.0, namelijk het OpenDocument bestandsformaat.

Onderteken de petitie!

Wat is het?

  1. Het OpenDocument formaat is een bestandsformaat dat gebaseerd is op XML. Concreet wilt dat zeggen dat het formaat leesbaar is voor machines (pc’s) en mensen. Het is dus geen binair formaat dat enkel kan gelezen worden door één bepaald programma.
  2. Het OpenDocument formaat is een open standaard. Je hangt dus niet af van één bedrijf. Vorig jaar werd OpenDocument verkozen tot OASIS-standaard. Dit wil zeggen dat OD de basis is voor alle toekomste office-toepassingen.

Het OpenDocument-formaat is trouwens niet één bestandsformaat, het is een verzameling van bestandsformaten. Je hebt immers ook verschillende toepassing: tekstverwerking, presentaties, spreadsheets, etc. Hiervoor zijn dus allemaal aparte OpenDocument-standaarden (en -extensies) opgesteld. De extensies zien er uit als .odt, .odp, .ods. Logischerwijze staan de eerste twee letters (od) voor OpenDocument en de laatste letter voor de soort (t = text, p = presentation, s = spreadsheet). Zo is alles makkelijk te herkennen.

Het stopt trouwens niet bij gewone documenten. Het OpenDocument formaat omvat ook templates. Die extensies zien er dan uit als .ott, .otp, .ots, … . Die zijn te lezen als OpenDocument Template Text enzovoorts.

Waarom is het belangrijk?

Open standaarden zijn nog nooit zo belangrijk geweest als nu. Onze overheden willen steeds meer en meer overschakelen op digitaliseren, zodat iedereen de nodige documenten zelf kan downloaden. De overheden kampen nu met het probleem dat er geen algemene standaard is. Je kan de mensen wel een bestand aanbieden in het MS Word-formaat (.doc), maar dan zijn er andere mensen die dit formaat niet kunnen lezen.

We streven dus naar een ééngemaakt formaat, dat alle programma’s kunnen lezen en schrijven. Het grote voordeel is dat je dan ook niet meer afhankelijk bent van één programma. Iedereen gebruikt het programma dat hij wenst te gebruiken en hoeft zich geen zorgen meer te maken over de persoon aan de andere kant van de lijn. Het uitwisselen van bestanden wordt dus wel zeer makkelijk gemaakt.

Waar staan we al?

Het OpenDocument formaat staat al zeer ver. Het is immers al verkozen tot een OASIS standaard. OASIS is een non-profit organisatie die zich inzet voor de ontwikkeling en uitvoering van e-business standaarden. Verschillende grote namen hebben al voor de OpenDocumentstandaard gekozen. De belangrijkste zijn IBM, Intel, Adobe, Corel en Sun Microsystems.

Zoals ik al aanhaalde, is OpenDocument verkozen tot een OASIS standaard. De grote tegenstander was Microsoft met MS XML (het bestandsformaat van Microsoft). Dit is een zeer grote overwinning. Microsoft is niet van plan om het OpenDocument formaat te implementeren in MS Office. Dit is eigenlijke een rare zet, aangezien Microsoft zelf lid is van de OASIS-groep. Andere belangrijke Office Suites gaan wel gebruik maken van de OpenDocument standaard: OpenOffice.org (vanaf 2.0 lezen en schrijven) en StarOffice, KOffice, Lotus 1-2-3, IBM Workplace, WordPerfect, Adobe Framemaker, Adobe Distiller, …

De overheid van Massachusetts (USA) staat volledig achter het OpenDocument formaat en gebruikt het al voor onderlinge uitwisselingen (tussen de verschillende departementen). De Europese Commissie heeft al laten weten dat ze zeer geïnteresseerd zijn in zo’n open formaat.

Wat brengt de toekomst?

Men is van plan om van het OpenDocument formaat ook een ISO standaard te maken. Doordat ODF al goedgekeurd is door OASIS, is het ook makkelijker om er een ISO-standaard van te maken. OASIS is namelijk één van de enige organisaties die voorstellen rechtstreeks mag indienen om er een ISO-standaard van te maken. Andere voorstellen moeten eerst grondig gecontroleerd worden (wat het werk natuurlijk vertraagd).

Eénmaal ODF een ISO-standaard is, zal de Europese Commissie de ODF-standaard ook ter hande nemen. Het is dan niet ondenkbaar dat de Commissie de overheden verplicht om de ODF-standaard te gebruiken. Eénmaal die stap gezet is, zal het zeer snel gaan. Bedrijven zullen dan ook al gauw overschakelen op deze standaard, gezien het voor bedrijven ook niets dan voordelen heeft qua interopterabiliteit.

Meer en meer programma’s zullen deze standaard ook gaan implementeren. Er zijn ondertussen ook al verschillende petities aan op gang gebracht om Microsoft te overtuigen de OpenDocument standaard toch te implementeren in MS Office. Ondertussen zijn er al projecten gestart om MS Office documenten automatisch om te vormen tot documenten in het OpenDocument formaat. De wereld staat dus niet stil, zelfs als Microsoft beslist om niet mee te doen.

Conclusie

Volgens mij is het OpenDocument Format de beste optie om eindelijk onder het juk van Microsoft uit te komen. Nog nooit zijn we zo ver geraakt wat betreft open standaarden. Ik ben er van overtuigd dat we over een jaar allemaal gebruik gaan maken van de OpenDocument standaard. En niemand zal ooit nog moeten vragen of je Word gebruikt of OpenOffice.org. Mijn leven zal er alleszins makkellijker door worden…

Bronnen


Whohoow! Werk!

Ik heb vast werk! Uiteindelijk heb ik hiervoor 14 dagen moeten zoeken (wat niet zoveel is). Ik heb in totaal gesolliciteerd bij een 40-tal bedrijven (ook spontane sollicitaties) en ben zo’n 8 sollicitatiegesprekken gaan doen. Dat ging dus vrij vlot allemaal. Het enige dat “negatief” was voor de bedrijven waarbij ik solliciteerde, was dat ik geen ervaring had. Maar je moet natuurlijk ergens beginnen als pas afgestudeerde.

Ik ga nu werken voor Kenaz. Dit is een bedrijf dat communicatietrainingen geeft aan managers (je moet maar eens naar hun referenties kijken als je een idee wilt krijgen van de klanten). Aangezien ik me altijd al geïnteresseerd heb in communicatie (en alles wat daarrond hangt), vind ik het wel een zeer leuk bedrijf. Dan kan je immers zelf nog iets praktisch bijleren.

Het bedrijf ligt in Korbeek-Lo, wat niet zo erg ver van de deur is. Het spijtige is wel dat ik met de bus eerst naar Leuven moet, om dan op een andere steenweg terug te keren, zodat ik eigenlijk een heel stuk omrij…

Hoe heb ik het vastgekregen? Je gaat het niet geloven … via de school! Onze school heeft een soort vacaturedienst die vacatures verzamelen en uitsturen, maar die dienst kan ook aangeschreven worden door bedrijven om mensen te vinden die net afgestudeerd zijn. En op de laatste manier ben ik er dus geraakt. Dus een gouden tip: laat zeker je naam achter bij de vacaturedienst van je school!

Het gaat in het begin alleszins hard werken zijn. Je moet immers het bedrijf en de diensten wat leren kennen eer je er vlot mee kan omgaan. Dat wilt dus ook zeggen dat ik het de volgende maand internetgewijs wat kalmer aan ga doen. Ik ga me beperken tot mailen en het lezen van feeds. Alle andere projecten zullen even aan de kant moeten, tot ik wat ingewerkt ben.

Het zal dus misschien even stilletjes worden. Dat wilt niet zeggen dat ik er niet meer ben, maar dat ik gewoon veel werk heb. ;-)


Uren werken

Vandaag heb ik een nieuw uurwerk gekocht. Niet zomaar, maar omdat het nodig was. Het bandje van m’n andere uurwerk was vorige week overgebroken (een gewoon leren bandje). Net voordat ik naar een sollicitatiegesprek vertrek natuurlijk, waarschijnlijk iets te wild geweest…

Ik begon me al enkele dagen ongemakkelijk te voelen als ik ergens heen moet. Zeker met al de sollicitatiegesprekken die ik moet doen (ja, ‘t is niet makkelijk als full-time werkzoekende tegenwoordig: druk druk druk), kon ik het me niet veroorloven de tijd uit het oog te verliezen. Geloof me, te laat komen op een sollicitatiegesprek is not done. En als management assistant moet je nu eenmaal ook veel rekening houden met tijd (and time is always against us).

Daarnet even naar de juwelier geweest en ondertussen prijkt er een Festina sporthorloge aan m’n pols.

Het is een vrij simpel horloge, zonder tierlantijntje. Ik heb ooit eens een uurwerk gehad met een chronometer (en duur betaald toendertijd) en ik heb de chronometer eigenlijk nooit gebruikt. Een standaarduurwerk voldoet dus voor mij. Niet digitaal, want alles in m’n leven is al digitaal en analoog is gewoon mooier (stijlvoller, zeg maar). Ik vind het vooral belangrijk dat het uur goed af te lezen is. Geen kleine prutswijzertjes dus, maar dikke en duidelijke wijzers. Een secondenwijzer is ook altijd mooi meegenomen, voor als je toch eens iets moet timen.

Mijn nieuw uurwerkje

Deze keer wou ik wel een stalen bandje. Ik heb ondertussen al drie horloges versleten met een lederen bandje en alle drie hadden ze hetzelfde probleem. Als je begint te zweten, begint het hele geval nogal sterk te ruiken (stinken zeg maar). En dan voelde het ook niet meer zo goed aan. Daarom dus een bandje met schakels. Eens iets anders dan anders.

Ik had trouwens geluk, deze was net binnengekomen. Het is dus de nieuwe collectie van Festina. Ik vind het wel mooi… en jij?


Nieuwe anti-spam plug-in

Sinds veertien dagen ben ik een nieuwe anti-spam plug-in aan het bètatesten. Het is een plug-in voor WordPress met de meest simpele installatie ooit (zeker als je SpamKarma2 gebruikt hebt, zal deze plug-in je verbazen). Gewoon inschakelen en hij gaat van start. Ik zou al niet meer zonder kunnen. Volgens mij gaat deze plug-in het webloglandschap volledig overhoop gooien!

De plug-in is ontworpen door Matt (ja, de WordPress-ontwikkelaar). Hij vroeg op zijn weblog naar enkele testers en ik zat er bij. :-) In het begin vreesde ik er eigenlijk wat voor, want stel je voor dat alles eens in het honderd liep. Die vrees bleek echter ongegrond te zijn. De plug-in doet zijn werk perfect. Ik heb nog nooit zoiets gezien. Sinds ik de plug-in ingeschakeld heb, is er nog geen spam doorgekomen. De moderatie queue is al veertien dagen gewoon leeg.

Het is te zeggen, er zijn twee spamcommentaren doorgeraakt, maar dat was door een menselijke fout. De plug-in is immers een soort webservice die constant de commentaren controleert tegen bekende spamcommentaren. Zijn ze gelijk, dan is het spam. Op een dag liep de mailinglist vol van meldingen dat de plug-in het niet meer deed. ‘s Avonds gaf Matt schoorvoetend toe dat hij de plug-in uitgeschakeld had om verder te ontwikkelen en had vergeten opnieuw in te schakelen. :-)

Er zijn nog wel nadelen aan verbonden (daarom is het ook bèta). Momenteel is er bijvoorbeeld nog geen configuratiescherm voorzien. Er is ook geen manier om commentaar (die eigenlijk geen spam is) terug te halen. Daarvoor moet je de database induiken. Naar de release toe zou dit wel opgelost moeten zijn. Dat is zowat het grootste gemis dat ik heb. Het zou ook wel leuk zijn, mochten er statistiekjes gemaakt worden (hoeveelheid spam ten opzichte van hoeveelheid goede commentaren).

Zoals het nu gaat, denk ik dat de plug-in in de zeer nabije toekomst zal uitgebracht worden. De naam ligt nog niet vast (er is wel een werknaam, maar daar ben je toch niets mee). Verdere details (zoals de webpagina) ga ik niet geven. Dat hoort een beetje bij het bètatester zijn. Ik zal jullie wel op de hoogte houden van een eventuele releasedatum, zodat je er als eerste bij kan zijn.


Jabber wint snel terrein

Dit artikel heb ik samen met Jeroen Budts geschreven. Het artikel is verschenen in OpenMagazine n°8 (februari 2005). OpenMagazine is ondertussen herdoopt tot Livre.

‘To jabber’: uitkramen, afrafelen. ‘Jabber’ kan je uitspreken als ‘dzjebbe’, maar je kan het natuurlijk ook op z’n Nederlands lezen. Instant messaging is bijna niet meer uit de internetwereld te bannen. Het is nog steeds één van de meest gebruikte manieren, naast IRC (Internet Relay Chat), om online met elkaar in contact te komen. Enkele jaren geleden was ICQ zowat de enige manier om instant messaging berichtjes te versturen. Tegenwoordig is MSN Messenger, zeker in België en Nederland, het meest gebruikte programma voor dit doel. In de Verenigde Staten wordt AOL Messenger dan weer meer gebruikt. In deze coverstory belichten Ben Branders en Jeroen Budts Jabber, een vrij nieuw instant messaging protocol dat een snelgroeiende groep van gebruikers heeft.

Instant messaging, afgekort tot IM, is een systeem waarmee twee of meer mensen op een directe manier met elkaar kunnen communiceren via korte tekstberichtjes. Instant messaging kan vergeleken worden met een gesprek dat je via de telefoon voert. Het grote verschil is dat je een computer, of een vergelijkbaar toestel, gebruikt en je meestal typt in plaats van spreekt. Bij de meeste instant messaging-diensten kan je aan mensen in je contactenlijst, ook buddies genoemd, laten zien of je al dan niet online bent, zodat ze je kunnen aanspreken. Bij de meeste diensten kan je bovendien ook andere statusberichten instellen, bijvoorbeeld wanneer je even weg bent. Verder is het bij sommige diensten ook mogelijk om een berichtje te sturen naar iemand die offline is. De persoon ontvangt dit berichtje dan op het moment hij zich op het netwerk aanmeldt, wat vergelijkbaar is met een antwoordapparaat.

De geschiedenis van IM gaat terug naar 1996, toen 4 Israëlische computerliefhebbers zich realiseerden dat er miljoenen mensen op hetzelfde moment online waren, maar niemand rechtstreeks met elkaar kon communiceren. Samen schreven ze het eerste IM-programma en gaven het de naam ICQ (uit te spreken als: I seek you). Binnen 6 maanden waren er 850 000 geregistreerde ICQ-gebruikers. Natuurlijk wilden de grote bedrijven hun graantje meepikken en ontwikkelden ze hun eigen instant messaging-systemen. America Online (AOL) ontwikkelde AIM, Microsoft probeerde het met MSN Messenger en ook Yahoo! ontbrak niet in de strijd. Later nam AOL het bedrijf Mirabilis, en daarmee ook ICQ, in juni 1998 over.

Er was nu een aantal instant messaging-netwerken beschikbaar waaruit de gebruiker kon kiezen. Er was echter één probleem. Als je één bepaald netwerk gebruikte, kon je enkel met andere mensen chatten die voor hetzelfde netwerk hadden gekozen. Wilde je met iemand van een ander netwerk chatten, dan moest één van de twee personen zich ook op dat andere netwerk registreren en de daarvoor benodigde programma’s installeren. Dit wordt veroorzaakt doordat de verschillende netwerken intern allemaal op een andere manier werken en de verschillende bedrijven, zoals AOL en Microsoft, geen informatie over deze werking wilden vrij geven. Deze incompatibiliteit is verre van handig, zeker als je het zou vergelijken met e-mail. Het zou er dan op neerkomen dat je via je Yahoo!-e-mailadres enkel kan mailen met andere mensen met een Yahoo!-adres. In het geval je een mailtje zou willen sturen naar iemand met een Gmail-adres, zou je eerst zelf een Gmail-adres moeten registreren…

Dit probleem kon op twee manieren opgelost worden. Ofwel gaf er een bedrijf de werking van z’n netwerk prijs, zodat het de standaard werd en door iedereen kon gebruikt worden, ofwel werd er een volledig nieuw netwerk gebouwd in de vorm van een open standaard. Omdat sommige bedrijven hun protocollen nu eenmaal liever geheim houden, meestal uit angst om gebruikers te verliezen, leek de tweede mogelijkheid, een open standaard voor IM, de aangewezen oplossing.

Al in 1998 begon Jeremie Miller met het Jabber-project. In mei 2000 gaf hij de eerste versie vrij. In augustus 1999 vroeg Miller steun aan de Jabbergemeenschap om van Jabber een erkende standaard te maken. Spijtig genoeg werd dit voorstel afgekeurd door de Internet Engeneering Task Force (IETF), de organisatie die instaat voor internetstandaarden. Jabber werd echter niet zo snel opgegeven. Er werd een werkgroep opgericht, de XMPP Working Group, om de standardisatie van Jabber in goede banen te leiden. Deze werkgroep diende begin 2003 een nieuw voorstel in bij het IETF. Ditmaal werd de standaard wel goedgekeurd, waardoor XMPP/Jabber nu een officieel erkende internetstandaard is.

Jabber

Instant messaging behoort in wezen niet toe aan een bedrijf, zoals AOL of Microsoft. Het is het werk van een aantal enthousiastellingen. Onthoudt dus dat Jabber geen programma is, zoals MSN Messenger en dat je Jabber ook niet kunt ‘installeren’. Jabber is een protocol voor instant messaging. Een protocol is een soort afspraak over hoe een bericht van plaats A naar plaats B moet gaan. De programma’s die met Jabber kunnen werken (die deze afspraken dus toepassen), noemen we Jabberclients of kortweg clients. Deze clients kunnen met elkaar communiceren door middel van het Jabberprotocol.

Je vraagt je misschien af waarin Jabber verschilt van bijvoorbeeld MSN. Het grootste verschil is dat Jabber volledig open is. Dit ‘open zijn’ weerspiegelt zich in de manier van werken. Om te kunnen communiceren maakt Jabber gebruik van eXtensible Markup Language (XML). Je zou het kunnen omschrijven als een manier om open te kunnen communiceren. XML is niets anders dan platte tekst met enkele speciale tags, zoals je die ook in bijvoorbeeld XHTML (eXtended HyperText Markup Language) ziet. Iedereen die dat wil, zou een Jabberbericht kunnen ontleden. Sommige Jabberclients hebben een ingebouwde mogelijkheid om de verzonden en ontvangen XML-code te bekijken. Een stukje XML-code zou er zo uit kunnen zien:

<message type="chat" to="edgar@jabber.netflint.net" >
   <body>Dag Edgar!</body>
 </message>

In mensentaal staat er dat ik een chatbericht verzonden heb naar een zekere Edgar met de tekst “Dag Edgar!”.

Deze manier van werken biedt ongekende mogelijkheden. Zo kan iemand een programma schrijven om zich iedere morgen om 7 uur aan te melden met het bericht ‘A brand new day’. Overigens bestaan er ook al verschillende niet-IM Jabbertoepassingen. Zo is er een wereldkaart die toont wie er online is. Natuurlijk gaat dat alleen op als je je aanmeldt voor die extra dienst. Er is ook een Jabberbot, genaamd Edgar (ja, daar hebben we juist mee kennisgemaakt). Deze ‘bot’ kan niet enkel tonen hoeveel gebruikers er ingelogd zijn, maar ook bijvoorbeeld herinneringen (reminders) instellen en de huidige tijd weergeven.

Aan het Jabberprotocol wordt constant gewerkt. Regelmatig worden er nieuwigheden aan toegevoegd om zo aan de wensen van de gebruiker tegemoet te komen. Zo wordt momenteel hard gewerkt om het protocol voor VoIP (Voice Over IP, bellen via je internetverbinding) uit te werken.

Zo nu en dan hoor je, als je het over Jabber hebt, ook de term XMPP vallen. Wat is XMPP? XMPP staat voor eXtended Messaging Protocol en is de eigenlijke standaard die goedgekeurd is door het IETF. Jabber is dus de vormgeving van deze XMPP-standaard, samen met enkele uitbreidingen, zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid om bestanden door te sturen.

Romeo en Julia

Nu weet je wel wat Jabber is, maar nog niet hoe het versturen van berichten werkt. De werking van Jabber kan het best geïllustreerd worden met een verhaaltje. Onze hoofdpersonages zijn Romeo en Julia, 2 bekende personages van Shakespeare. Romeo staat in de boomgaard van de Capulets, terwijl Julia op haar balkon op haar minnaar wacht.

Nu stuurt Julia geen direct bericht (‘peer to peer’ of ‘P2P’) naar haar Romeo, althans toch niet in de Jabberwereld. Julia heeft een account op een Jabberserver en haar Jabberadres (dit noemen we ook wel een Jabber ID of ‘JID’) lijkt sterk op een e-mailadres. Omdat Julia een Capulet is, registreert ze haar gebruikersnaam bij de Jabberserver die draait op capulet.com, dus haar JID is julia@capulet.com. Romeo daarentegen heeft een account op de server van zijn familie en zijn JID is romeo@montague.net.

Eenmaal Julia ingelogd is op de capulet.com server, kan ze berichten sturen naar haar grote liefde. Om preciezer te zijn, gebeurt het volgende wanneer Julia onder Windows Exodus (een Jabberclient) start op haar laptop op het balkon:

  1. Julia stuurt haar bericht naar romeo@montague.net
  2. Het bericht wordt verwerkt door de Jabberserver op capulet.com
  3. De capulet.com server opent een verbinding naar de server montague.net
  4. In de veronderstelling dat de ouders de server-naar-server communicatie tussen capulet.com en montague.net niet uitgeschakeld hebben, wordt Julia’s bericht naar montague.net gestuurd
  5. De server van montague.net ziet dat het bericht gericht is aan een gebruiker die ‘romeo’ noemt en bezorgt het aan de Jabberclient die draait op Romeo’s Linux laptop in de boomgaard van de Capulets
  6. Het bericht verschijnt in Gabber en Romeo bezwijmt

Uit dit korte verhaaltje kunnen we enkele conclusies trekken:

  • Jabberclients kunnen draaien op verschillende besturingssystemen.
  • Je kan gelijk welke Jabberserver gebruiken.
  • Je bent niet gebonden aan één programma.

Op alle mogelijke niveaus van de communicatie via Jabber ben je vrij om te kiezen. Dit is één van de redenen waarom Jabber steeds populairder wordt, zeker in de open source wereld.

Transports

Transports zijn een belangrijk onderdeel van Jabber. De meeste mensen willen ook kunnen spreken met hun contactpersonen die geen gebruik maken van Jabber. Het is handig als je dat allemaal in hetzelfde programma kan doen. Transports zijn een middel om te communiceren met andere netwerken. Momenteel zijn er transports voor MSN, ICQ, Yahoo, AIM en andere minder bekende netwerken zoals Gadu-Gadu.

Jabber schematisch voorgesteld

We moeten hier een duidelijk onderscheid maken tussen programma’s die meerdere protocols ondersteunen (zoals GAIM en Trillian) en tussen de Jabberclients waar je een transport gebruikt. Een programma dat meerdere protocols ondersteunt, stuurt het bericht dat je verstuurt rechtstreeks naar de server van bijvoorbeeld MSN of ICQ.

Een Jabbertransport werkt op een andere manier. Het bericht gaat eerst naar de Jabberserver en wordt dan naar de MSN- of ICQ-server gestuurd. In werkelijkheid merk je hier niets van. Transports zijn ontworpen voor de gemakkelijkheid en voor de volledigheid van Jabber. De huidige transports ondersteunen nog geen bestandsoverdrachten (filetransfers). In toekomstige versies zit dit al wel ingebouwd.

Welke transports je kan gebruiken, is eigenlijk niet afhankelijk van je server. Je kan transports gebruiken die op andere publieke servers staan. Hierdoor hang je niet volledig af van je eigen server, wat de gebruiksvriendelijkheid van het systeem ten goede komt.

Mogelijkheden

Met Jabber kan je verschillende richtingen uit. Je hebt natuurlijk de gewone chat, zoals je die kent van MSN of ICQ. Je contactpersoon typt een bericht en jij ziet dit in het chatvenster verschijnen. Jabber heeft echter nog een tweede modus, namelijk ‘berichten’. Met deze modus kan je een volledig bericht naar je contactpersoon sturen, net alsof het een mail was. Deze laatste methode is uitermate geschikt voor langere berichten.

Handig om te weten is dat Jabber de berichten (zowel chat- als gewone berichten) op de server opslaat als jij offline bent. Als je online komt, wordt het bericht alsnog getoond. Je kan dus ook berichten ontvangen als je niet online bent!

Een tweede belangrijke mogelijkheid is MUC. MUC staat voor Multi User Chat. Verschillende gebruikers kunnen een ‘room’ of ‘vergaderruimte’ betreden en met elkaar chatten. MUC lijkt zeer sterk op IRC. Spijtig genoeg ondersteunen de meeste Jabberclients MUC nog niet. Sommige Jabberclients ondersteunen wel al groepchat, wat een afgezwakte vorm is van MUC. Bij veel clients is MUC wel al in volle ontwikkeling. In de toekomst zullen de meeste clients dit gaan ondersteunen.

Jabber ondersteunt ook bestandsoverdrachten naar andere Jabbergebruikers. Momenteel is het nog niet mogelijk om bestanden bijvoorbeeld naar een MSN-gebruiker te sturen, maar er wordt op dit gebied ook grote vooruitgang geboekt.

Om je chats veilig te stellen, ondersteunt Jabber ook encryptie door middel van GnuPG. Je kan je berichten dus versleuteld over het internet zenden. Zeer handig als je niet wilt dat de administrator van je bedrijf/school ‘meeluistert’. Voorwaarde is wel dat je contactpersoon ook GnuPG gebruikt. Wederom werkt dit niet met niet-Jabbergebruikers, simpelweg omdat MSN, ICQ e.a. geen encryptie ondersteunen.

De mogelijkheden van Jabber blijven niet beperkt tot enkel instant messaging. Denk bijvoorbeeld aan de Jabber Wereldkaart waarmee het mogelijk is om te zien waar een Jabbernaut zich bevindt en welke status hij of zij momenteel heeft. Er bestaan ook al bots om speciale functies uit te voeren. Zo kan Edgarje status weergeven op een website aan de hand van tekst of een afbeelding. Er zijn reeds transports die het mogelijk maken om SMS’jes te versturen (nog in een experimentele fase) en transports waarmee je mail kan versturen en ontvangen.

Jabber is ook zeer handig voor bijvoorbeeld systeemadministrators. Zo is het mogelijk om, met een simpel scriptje en sendxmpp, op de hoogte te blijven van de toestand van je systeem. Zo kan je bijvoorbeeld een waarschuwing via Jabber ontvangen als één van de harde schijven volraakt.

Je ziet, de mogelijkheden van Jabber zijn bijna onbegrensd…

Enkele clients

Pandion

Pandion is een Jabberclient van Belgische makelij die vrij veel weg heeft van het veel gebruikte MSN Messenger. Van de drie clients die we bespreken is dit het enige ‘closed-source’-programma, maar je kan het wel volledig gratis gebruiken. Pandion zal vooral de gewone computergebruiker aanspreken die toch eens van Jabber wil proeven. Pandion is dan ook een zeer goede keuze voor een eerste kennismaking met Jabber.

Chatvenster van Pandion

Het programma oogt niet alleen mooi, het is ook erg gebruiksvriendelijk. Het aanmaken van een Jabber ID doe je doormiddel van een duidelijke wizard die je snel door het hele registratieproces loodst. Deze wizard schotelt je ook onmiddellijk enkele veelgebruikte Jabberservers voor. Als standaard stelt Pandion de eigen pandion.be Jabberserver voor. Voor beginners is dit geen slechte keuze, vermits je dan ook onmiddellijk gebruik kan maken van de transports die deze server aanbiedt. Kies je voor een server die geen transports aanbiedt, zoals jabber.org, dan zal je hier geen gebruik van kunnen maken, vermits je je met Pandion niet op transports van andere servers kan aanmelden.

Dat is dan meteen één van de mindere punten van Pandion. Om alles zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden, is de functionaliteit van het programma niet altijd even uitgebreid als die van andere Jabberclients, zoals bijvoorbeeld Psi. Waar je bij Psi dus nog de mogelijkheid hebt om transports te zoeken op een andere server, kan dit via Pandion niet. Dit maakt de keuze van een goede server dus iets belangrijker als je Pandion gebruikt.

Gaim

Gaim is een zogenaamde ‘multi-protocol’ client. Dit wil zeggen dat je je op verschillende IM-netwerken tegelijkertijd kan aanmelden, zonder gebruik te maken van transports. In het uitgebreide lijstje van ondersteunde netwerken vind je onder meer MSN, ICQ, AIM en natuurlijk ook Jabber.

Het chatvenster van Gaim.

Een programma zoals Gaim heeft het voordeel dat je je eerste stappen met Jabber kan wagen, zonder dat je je al onmiddellijk moet verdiepen in het gebruik van transports om je aan te melden op bijvoorbeeld MSN. Natuurlijk heeft Gaim nog een hele reeks andere sterke punten. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om je status op het ene netwerk in te stellen op ‘bezet’, terwijl je op het andere netwerk gewoon online bent. Ook handig is de functie waarmee je contacten, die zelf ook op verschillende IM-netwerken aangesloten zijn, kan groeperen zodat ze maar als één contact verschijnen.

Gaim is oorspronkelijk een Linux-programma, maar er zijn ook versies beschikbaar voor Windows, Mac OS X en BSD. Hierdoor kan het programma voor Windows-gebruikers in het begin wat raar overkomen, omdat Gaim er niet helemaal uitziet als een standaard Windows-programma, maar dit zal snel wennen.

Hoewel Gaim verschillende netwerken ondersteunt, kan Gaim niet altijd alle mogelijkheden van de verschillende IM-netwerken gebruiken. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om met Gaim een transport toe te voegen aan je Jabberaccount. Het programma is echter constant in ontwikkeling, waardoor er regelmatig nieuwe versies beschikbaar zijn met nieuwe functionaliteit. Bovendien is het programma uitbreidbaar met plugins, zodat je nog extra mogelijkheden kan toevoegen. Een plugin die de gebruikers van MSN Messenger zeker zullen waarderen is Guifications. Deze plugin toont kleine pop-up’s in de rechterbenedenhoek van het scherm, wanneer je contactpersonen zich aanmelden of van status veranderen, een optie zoals je dat gewend bent van MSN Messenger.

Psi

Het ontwikkelteam van Psi heeft zich als doel gesteld om een zéér krachtige, maar toch gebruiksvriendelijke, Jabberclient te maken. En dat lukt hen aardig. Psi is één van de meest volledige Jabberclients, maar dat maakt het programma ook iets ingewikkelder in het gebruik. Psi is met andere woorden eerder een client voor mensen die al een beetje ervaring hebben met Jabber en/of het uiterste uit Jabber willen halen. Onder de geavanceerdere functies vinden we onder meer encryptie met behulp van GnuPG terug. Zoals je in het septembernummer van OpenMagazine kon lezen kan OpenPGP gebruikt worden om Jabberberichten te versleutelen. Het geeft sommige mensen een veiliger gevoel als je er zeker van bent dat niemand anders je gesprek kan meelezen.

Een andere zeer goed uitgewerkt functie is de ‘Service Discovery’. Hiermee kan je naar allerlei diensten op de server zoeken. Je gebruikt het onder meer om naar andere contactpersonen te zoeken en chatkanalen te vinden. Je kan deze functie ook gebruiken om naar transports op andere servers te zoeken. De grote flexibiliteit van Service Discovery zit in het feit dat je zoektocht naar diensten niet beperkt moet blijven tot de eigen Jabberserver, wat met Pandion wel het geval is. In Psi kies je zelf welke server wilt verkennen. Hierdoor kan je je ook inschrijven op diensten van andere servers die je eigen server niet aanbiedt. Dit is wel een voordeel, want dan is de keuze van server bij het aanmaken van je account plots een heel stuk minder belangrijk.

Het zal je misschien al eens voorgevallen zijn dat je op een netwerk waar je maar een bepaald aantal diensten mag gebruiken, zoals het web en e-mail, stiekem toch wel graag zou willen chatten. Met Psi heb je een goede kans dat dat kan! Psi biedt namelijk ondersteuning voor het zogenaamde ‘HTTP-Polling’. Hierbij worden de Jabberberichten niet over de standaard Jabber poort verstuurd (5222), maar over de poort waarop standaard alle webservers draaien (80). Op vrijwel alle firewalls staat deze poort open, omdat er anders niet gesurft kan worden. Houdt er wel rekening mee dat je HTTP-Polling slechts als laatste hulpmiddel mag gebruiken, omdat het vrij veel bronnen vraagt van de Jabberserver en niet altijd even goed werkt.

Nog een handigheid aan Psi is het gebruik van zogenaamde ‘profielen’. Deze profielen worden gebruikt om verschillende sets met verschillende instellingen te maken, bijvoorbeeld op je laptop een profiel kunnen maken voor op het werk en een ander profiel voor thuisgebruik. Je kan ook aan iedere persoon in je gezin een ander profiel toewijzen. Aan ieder profiel kan je één of meerdere Jabberaccounts hangen, zodat je met meerdere accounts tegelijkertijd kan aanmelden. Hoewel dit handig kan zijn, is de uitwerking hiervan niet zo doordacht als de manier waarop Gaim met meerdere accounts omgaat. Psi zet alle rosters van de verschillende accounts onder elkaar, waardoor je een lange lijst kan krijgen waarin sommige groepen bovendien meerdere malen voorkomen.

Jabber in de praktijk

In dit praktijkvoorbeeld gaan we van volgende situatie uit: de gebruiker is een standaard computergebruiker die op Windows draait en ervaring heeft met MSN. Nu wil hij Jabber leren kennen, in eerste instantie zonder transports. We beginnen met Pandion en een jabber.org-account. Later wil de gebruiker volledig overstappen op Jabber en transports en andere diensten gaan gebruiken. Daarom stapt hij in een later stadium over op Psi.

Nu je al dat moois hebt gehoord over Jabber, sta je mogelijk te springen om het zelf te proberen, maar zie je misschien door de bomen het bos niet meer. Wanneer je met Jabber voor de eerste keer aan de slag gaat, moet je immers wat meer keuzes maken dan bij de andere IM-netwerken. Het zijn echter net die keuzes die je alle vrijheid geven die Jabber geeft. Deze keuzes vormen de basis voor de vrijheid en openheid van Jabber.

Om met Jabber van start te gaan, moet je twee keuzes maken. Ten eerste moet je een Jabberserver kiezen. Ten tweede een programma waarmee je wilt verbinden op het Jabber-netwerk, de zogenaamde ‘client’. Vooral de keuze van de server is belangrijk, want deze keuze kan je later moeilijk wijzigen, tenzij je terug van nul zou beginnen.

We beginnen met het kiezen van de geschikte server. Hierbij moet je jezelf vooral de vraag stellen welke diensten je wilt gebruiken. Op de website van Jabber vind je een mooi overzicht van servers die voor het publiek toegankelijk zijn. Je vindt er eveneens een mooi overzicht van de diensten die deze servers wel of niet aanbieden. Wil je bijvoorbeeld een beveiligde verbinding door middel van SSL gebruiken, dan dien je daarmee rekening te houden bij het kiezen van de server.

In dit voorbeeld kiezen we voor de server van Jabber.org. Deze server heeft niet veel extra diensten, maar vermits we enkel het gebruik van Jabber willen verkennen voldoet dit. Bovendien is het zowat de meest gebruikte Jabberserver en heeft hij een goede ‘uptime’.

Nu we een server hebben gekozen moeten we een tweede keuze maken: de client. Deze keuze is echter minder belangrijk, omdat je op eender welk moment een andere client kan installeren en gebruiken. Het is zelfs mogelijk om twee of meerdere clients op hetzelfde moment te gebruiken, met hetzelfde Jabber ID. De beste manier om jouw favoriete programma te vinden is eenvoudig weg door verschillende programma’s uit te testen. Een goed overzicht van alle beschikbare clients vind je op de website van Jabber.

Om snel aan de slag te kunnen, kiezen we Pandion als onze eerste client.

Nadat je het programma hebt geïnstalleerd en opgestart, zie je het venster waarmee je jezelf aanmeldt. Omdat we nog geen Jabberaccount hebben kiezen we voor ‘Registreren’. Daarna leidt een wizard je door het registratieproces. Eerst typ je je naam. In het volgende venster kies je één van de servers uit het lijstje, of typ je er zelf een. Zoals gezegd, kiezen we hier voor jabber.org (In het geval je nu al weet dat je ook van transports wil gebruikmaken en enkel Pandion wil gebruiken is pandion.be als server hier misschien een makkelijkere keuze). In het vak ‘Gebruiker’ typ je de gewenste gebruikersnaam. Dit is het gedeelte voor de @ in je toekomstige Jabber ID. Nadat je je wachtwoord tweemaal hebt ingevoerd, klik je op ‘Volgende’. Pandion zal nu je Jabber ID proberen aan te maken op de door jou gekozen server. Nadien kan je je aanmelden op het Jabber-netwerk door je Jabber ID uit het lijstje te kiezen (of in te typen), je wachtwoord in te voeren en op ‘Aanmelden’ te klikken.

Pandion registratiescherm

Nu je aangemeld bent, kan de pret beginnen. Natuurlijk begin je met enkele mensen toe te voegen aan je ‘roster’. Hiervoor kies je in het menu ‘Acties’ voor ‘Een persoon toevoegen’. Als je het Jabber ID hebt van de persoon die je wenst toe te voegen, kies je hier voor de tweede optie en typ je dit in het vak ‘adres’ in. Als je nog niemand kent met Jabber kan je dit proberen met eliza@swissjabber.org, een interactieve bot waar je tegen kan praten en die antwoord probeert te geven of dict@openaether.org, een bot die ieder woord dat je er tegen zegt opzoekt in het woordenboek. Nu ben je écht klaar om te beginnen ‘Jabberen’. Een gesprek kan je starten door op de naam van de gebruiker te dubbelklikken. Typ een bericht zoals je dat gewoon bent uit andere IM-programma’s en druk Enter om het bericht te verzenden.

Nu we de basiswerking van Jabber hebben verkend, willen we wat meer en geavanceerdere functies van Jabber gaan gebruiken. Daarom schakelen we over op Psi als Jabberclient. Nadat je Psi hebt gedownload, geïnstalleerd en opgestart, krijg je het venster waar je een profiel kan kiezen. Aangezien er in het begin nog geen profielen aanwezig zijn, moet je er eerst één maken. Dit doe je door op ‘Profiles’ te klikken en dan op ‘New’. Nu kan je een naam voor je profiel invoeren en op ‘Create’ klikken. In de toekomst kan je het zonet aangemaakte profiel kiezen en je hoeft het dus niet iedere keer opnieuw aan te maken. Nadat je je profiel gekozen hebt, krijg je een venster gepresenteerd waarin je je account kan toevoegen aan je profiel. De werkwijze hiervan is net hetzelfde als bij Pandion. Hierna wordt het hoofdvenster van Psi weergegeven waarin je roster getoond wordt. Personen kan je toevoegen door op de knop met het Psi-logo onderaan te klikken en dan te kiezen voor ‘Add a contact’.

Zoals gezegd willen we nu wat geavanceerdere functies van Jabber gebruiken, zoals een transport naar MSN. Om een transport te kunnen toevoegen in Psi moet je een ‘Service Discovery’ uitvoeren. Dit doe je door op de knop met het Psi-logo te klikken en ‘Service Discovery’ te kiezen. Na enkele seconden krijg je een lijstje te zien met diensten die jouw Jabberserver ondersteunt. Voor jabber.org is dit bijvoorbeeld ‘JUD’, ‘Bytestream’, public en private chatrooms en PubSub. Staat de gezochte dienst, in ons geval een MSN-transport, niet tussen de lijst dat zal je een dienst van een andere server moeten gebruiken. Hiervoor typ je het adres van de andere Jabberserver in het adresvak in en klik je op ‘Browse’, zodat je op die server terechtkomt. Wanneer je de dienst hebt gevonden, klik je er met de rechtermuisknop op en kies je voor ‘Register’. Nu krijg je een formulier waarin je je gegevens moet invullen, afhankelijk van de dienst. Voor MSN zal je bijvoorbeeld je login en wachtwoord moeten invoeren. Als je dit formulier hebt ingevuld, is de dienst geregistreerd en wordt deze dienst toegevoegd aan je roster. Andere netwerken, zoals ICQ en Yahoo!, kan je op dezelfde manier toevoegen.

Service discovery in Psi

Vanaf nu kan je dus het MSN-transport gebruiken. In ons geval houdt dat in dat je MSN-gebruikers kan toevoegen aan je roster net alsof deze op het Jabbernetwerk zitten. Dit kan je door opnieuw ‘Add a contact’ uit het menu te kiezen. Selecteer MSN uit de ‘service’-lijst, geef het MSN-adres in en klik dan op de knop ‘Get Jabber ID’. Het contact zal aan je lijst met contactpersonen (roster) toegevoegd worden en je kan er mee communiceren net zoals je dat met andere gebruikers zou doen.

Jabber in het bedrijfsleven

Jabber heeft ook een belangrijke meerwaarde voor bedrijven. Het is immers mogelijk om in het bedrijf een Jabberserver te installeren die enkel dient voor intern gebruik. Op die manier kunnen de werknemers met elkaar chatten, zonder dat de veiligheid van het bedrijf in het gedrang komt. Alle chatberichten blijven immers binnen het bedrijf zelf en gaan niet via publieke servers. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld bedrijfsgeheimen niet onderschept worden door eventuele luistervinken.

Voor bedrijven is Jabber zeker een aanwinst en misschien ook daarom dat grote namen als IBM, Hitachi en HP hun schouders al gezet hebben onder deze technologie.

Translation in progress

Zoals bij vele andere open source projecten, zijn al verschillende inspanningen gebeurd op vertaalgebied. Omdat er verschillende Jabberonderdelen (clients, servers, documentatie, ¿) zijn, is er zeer veel vertaalwerk. De bekendste Jabberclients zijn reeds volledig vertaald. De vertalingen worden ofwel als aparte downloads aangeboden (Psi) ofwel zit de vertaling al bij het programma (Pandion).

Veel vertaalde documentatie is nog niet voorhanden. Er zijn wel enkele projecten opgestart om de vertalingen sneller uit te breiden. Om de vertaling zoveel mogelijk te centraliseren, is er deze wikipagina: http://openstandaarden.be/wiki/pmwiki.php/Main/JabberVertalingen. Daar vind je de huidige lopende projecten. Geïnteresseerde vertalers kunnen daar een nieuwe vertaling aankondigen en op zich nemen. Indien je je geroepen voelt, twijfel niet en begin te vertalen!

Links

Als je mensen verteld over Jabber krijg je vaak de reactie: “Waarom weer een nieuw IM-netwerk? We hebben MSN toch al?”. Jabber is echter meer dan zomaar een nieuw IM-netwerk. Jabber geeft je vrijheid. Niet alleen in de keuze van welke ‘client’ je gebruikt, maar ook van de server, zodat je van geen enkel bedrijf afhankelijk bent. Via transports kan je met zowat alle andere bestaande IM-netwerken communiceren en allerlei andere diensten gebruiken, zodat het wel degelijk een meerwaarde biedt ten opzichte van de andere huidige IM-netwerken. Wat ons betreft staat Jabber een zeer rooskleurige toekomst te wachten!


Linux op een Windowspc

Dit artikel is verschenen als coverartikel in Livre n°16, september 2005.

Steeds meer mensen beginnen te beseffen dat er ook andere besturingssystemen bestaan dan Windows. Sommigen schakelen over op een Macintosh en anderen zetten een stapje verder en wagen hun in de wereld van Linux. Niet iedereen slaagt er echter in om vol te houden en ook Linux te blijven gebruiken.

In dit artikel gaan we het hebben over de migratie naar Linux. Met wat moet je rekening houden? Hoe gaat het in zijn werk? En wat daarna? Dat zijn maar enkele vragen die beantwoord zullen worden. Op het einde van het artikel zal je in staat zijn om een Linuxdistributie te installeren naast een bestaande Windowsinstallatie.

Omdat het onmogelijk is om alle denkbare Linuxdistributies te bespreken in dit artikel, heb ik ervoor gekozen om het artikel algemener te houden. Extra informatie over de distributies zelf, kan meestal opgezocht worden in de documentatie of gevraagd worden op een forum of mailinglist.

Termen

Voor we beginnen, zal ik eerst enkele veelgebruikte termen uitleggen. Zonder deze kennis van deze termen gaat het anders moeilijk worden om dit artikel te verstaan.

  • Kernel: het hart van ieder besturingssysteem. De kernel is eigenlijk het basissysteem waarrond het hele systeem werkt.
  • Unix
  • GNU: GNU is Not Unix. Een project dat gestart werd door Richard Stallman. Hij wou een besturingssysteem bouwen dat op Unix gelijkt, maar dat volledig ‘vrij’ is.
  • GNU/Linux: een combinatie van het GNU-project en de Linux-kernel. Samen vormen ze een vrij besturingssysteem.
  • Distributie: een verzameling van software die op elkaar is afgestemd rondom de Linux-kernel. Iedere distributie heeft zo zijn eigen doel (bijvoorbeeld firewall, server en rescue disk).
  • HCL: (hardware compatibility list) een lijst met hardware die werkt onder Linux.
  • Distributie (distro): een verzameling van softwarepakketten die op elkaar en op de Linux kernel afgestemd zijn. Even verderop vind je een lijst met bekende distributies.

Voor de installatie

Het gedeelte vóór de installatie is waarschijnlijk het belangrijkste gedeelte. Hier neem je immers de beslissingen die de rest van je ‘Linuxcarrière’ zullen bepalen. Als je hier een fout begaat, zoals bijvoorbeeld een te moeilijke distributie kiezen, kan de Linux-experience wel eens tegenvallen.

Het eerste wat je moet doen als je met Linux wilt starten, is een mentale knop omdraaien. Je weet niets meer. Hoeveel je ook weet van Windows, het is niet te vergelijken met wat Linux doet. Het zijn verschillende besturingssystemen met ieder zijn voor- en nadelen. Maak dus niet de fout om beide systemen met elkaar te vergelijken.

Om met Linux leren te werken heb je, zeker in het begin, zeer veel tijd en geduld nodig. Als je geen tijd hebt om van nul te beginnen met een besturingssysteem, begin dan helemaal niet. Stel het dan eventueel uit tot je er wel klaar voor bent. Als je toch begint, zal je merken dat je halverwege moet opgeven, omdat de installatie niet lukt of omdat je de configuratie niet goed krijgt. Een vakantieperiode is dus het best geschikt hiervoor.

De tweede stap die je moet nemen, is je hardware leren kennen. Niet gewoon de merknamen kunnen opnoemen, maar de volledige specificaties. En als ik zeg ‘hardware’, dan wordt daar niet enkel het moederbord en de DVD-drive mee bedoelt, maar alles wat in je pc zit: monitor, toetsenbord, muis/trackball, geluidskaart, videokaart, microfoon, moederbord, diskdrive, CD/DVD-drive, harddrive (IDE of SCSI?), etc. Verzeker je ervan dat je niets vergeet! Typ de specificaties uit, zodat je ze altijd bij de hand hebt. Surf eventueel naar de websites van fabrikanten om achter de details te komen. Controleer ook of de fabrikant eventueel zelf Linuxdrivers aanlevert (nVidia doet dit bijvoorbeeld). Tijdens de installatie en configuratie van Linux zal je deze gegevens zeker nodig hebben.

Wat ook zeer aan te raden is, is om je hardware op voorhand te controleren. Ga langs op fora en zoek of er al discussies gestart zijn over jouw types hardware. Wat ikzelf zeer handig vind, zijn de “Hardware Compatibility Lists”. In zo’n lijst vind je een overzicht van hardware, meestal vergezeld van een review. Een voorbeeld vind je op . Als je nog twijfelt over een bepaald stuk hardware, is Google je vriend. Met deze informatie weet je al welke problemen je tegen het lijf kan lopen. Een gewaarschuwd man is er twee waard!

De laatste stap voor je kan beginnen installeren, is de distributiekeuze. Deze keuze is wat de meeste mensen tegenhoudt om met Linux te starten. Er zijn immers honderden verschillende distributies waardoor de gebruiker soms wat overdonderd wordt. Toch zijn er maar enkele ‘groten’, waardoor de keuze toch al wat makkelijker wordt.

Eerst en vooral moet je het doel goed voor ogen zien om een distributie te kiezen. Wat wil je later met die pc gaan doen. Wordt het een server of een workstation. Ben je bereid veel tijd te spenderen aan de configuratie of wil je liever een distributie die bijna alles zelf regelt? Wil je met commando’s werken of verkies je een grafische configuratiemanager?

SuSE, Fedora en Mandriva (een samengaan van het vroegere Mandrake en Connectiva) zijn distributies die tools leveren waardoor je makkelijk je pc kan configureren. Gentoo, Debian en Slackware daarentegen gaan er van uit dat je de pc kan configureren vanaf de de commandolijn. Daarom zijn de eerste drie ook iets meer geschikt voor beginners. Het kan nochtans zeer leerrijk zijn om onmiddellijk met een wat moeilijkere distributie te beginnen. Zo leer je immer meer over Linux zelf, omdat je in het begin zeer veel zal moeten opzoeken. Als je echter snel aan de slag wilt, ben je best af met één van de eerste drie. Ubuntu kan je plaatsen tussen deze twee categoriën. Ubuntu is gebaseerd op Debian, maar is zo opgebouwd dat je het systeembeheer via tooltjes kan regelen. Deze distributie wint de laatste tijd zeer hard aan populariteit, mede doordat je er Debianpakketten kan op installeren (en Debian heeft een uitgebreid aanbod van zulke ‘pakketten’).

Als je de distributie gekozen hebt, kan je beginnen met de installatie.

De installatie

Omdat het onmogelijk is om alle verschillende situaties te bespreken, beperken we ons tot één distributie. We gaan van deze situatie uit:

We hebben een Intel Pentium IV met 512 MB geheugen. Op de pc staat Windows XP al geïnstalleerd. De pc heeft een harde schijf van 80 GB. We werken met een 19″ CRT beeldscherm van Philips, een standaard muis (twee knoppen en een scrollwieltje). Als toetsenbord gebruiken we een draadloos toetsenbord van Logitech. We hebben ook nog twee randapparaten: een inkjet printer van HP en een Epson scanner.

Omdat er nog andere mensen met de pc werken (en omdat we zelf nog graag eens een spelletje spelen), gaan we er een zogenaamde dual-boot installatie van maken. “Dual-boot” wilt zeggen dat je meerdere besturingssystemen naast elkaar installeert. Bij het opstarten kan je dan kiezen in welk systeem je wilt werken. Het is vooral handig als je Windows moeilijk achter je kan laten. Het is even goed mogelijk om twee verschillende Linuxdistributies naast elkaar te installeren of twee verschillende Windowsversies.

Het moeilijkste onderdeel van de installatie is de partitionering. Kort gezegd is dit de wijze waarop je je harde schijf verdeelt. Windows en Linux gebruiken immers andere bestandssystemen (respectievelijk FAT32/NTFS en ext2/ext3/ReiserFS). Je moet je harde schijf dus gaan opdelen in partities (“delen”) om de twee besturingssystemen van elkaar gescheiden te houden. Als je geluk hebt, heeft de computerboer al twee (of meer) partities aangemaakt toen hij Windows installeerde. Je kan dan gewoon de inhoud van de tweede partitie naar de eerste partitie kopiëren (of op cd’s branden) en de partitie verwijderen.

Als je wat minder geluk hebt, zal je de bestaande Windowspartitie moeten verkleinen. Let op: dit is niet zonder gevaar! Als je per ongeluk een verkeerde handeling maakt, kan je je gegevens kwijt zijn. Maak dus zeker en vast een backup! Daarna kan je met een tool aan de slag om de partitie van grootte te veranderen. Norton Partition Magic (http://www.symantec.com/partitionmagic/) is een programma dat zeer geschikt is voor deze taak. Er zijn echter ook gratis oplossing, zoals NTFSresize (enkel geschikt voor het NTFS bestandssysteem!). Hoewel het meestal niet nodig is, is het een zeer goed idee om eerst je harde schijf volledig te defragmenteren. Bij een defragmentatie worden alle bestanden in het begin van de harde schijf geplaatst. Je kan dan makkelijker schijfruimte afnemen van het einde van de harde schijf.

Hoeveel ruimte je moet vrijmaken voor Linux hangt af van de distributie die je gebruikt. Enkele gigabytes zijn meestal genoeg, maar als je wat bewegingsvrijheid wilt om programma’s te installeren, moet je daar rekening mee houden. In dit geval (een harde schijf van 80 GB) verdelen we de ruimte evenredig: 40 GB voor Windows en 40 GB voor Linux.

Op de afbeelding zie je een harde schijf die opgedeeld is in twee partities. Nummer 1 is de harde schijf als je enkel Windows geïnstalleerd hebt. Bij nummer 2 hebben we vrije ruimte gecreëerd door de Windows partitie te verkleinen. Nummer 3 illustreert hoe de harde schijf uiteindelijk verdeeld is in een partitie voor Windows en één voor Linux.

Linux- en Windowspartities

Partitioneren

Omdat partitioneren zo’n belangrijke en gevoelige operatie is, kan je best nog enkele documenten doorlezen. Aanraders zijn * Over partities en partitioneren * De Linux System Administrator’s Guide * Debian Manual (Partities aanmaken)

Het belangrijkste is dat je goed weet wat je aan het doen bent. Als je nog altijd twijfelt, vraag dan hulp van een vriend of op een forum/nieuwsgroep.

Hierna kunnen we de installatie beginnen. Zorg ervoor dat de pc afgesloten is en leg de eerste cd/dvd in de lader. Zet de pc aan. De installatie start nu automatisch. Als de installatie niet automatisch start, controleer dat de instellingen van je BIOS eens. Het BIOS (wat staat voor Basic Input/Output System) zorgt voor de communicatie tussen de hardware en het besturingssysteem. Je geraakt in je BIOS door tijdens het opstarten (de eerste paar seconden) een toets ingedrukt te houden. Soms is dit de Delete toets, soms is het een combinatie van toetsen. Controleer de handleiding van je moederbord om dit te weten te komen. Eénmaal in het BIOS, kan je ervoor zorgen dat er eerst van je cd/dvd-drive geboot wordt en daarna pas van je harde schijf.

Een Linuxinstallatie bestaat grofweg uit 5 delen: - introductie en basisinstellingen (land, taal, toetsenbord) - partities aanduiden en aanmaken - software selecteren (je hoeft immers niet alles te installeren) - de installatie zelf (hier hoef je niets te doen) - configuratie van het systeem

De introductie en de basisinstellingen wijzen eigenlijk zichzelf uit. Selecteer je tijdzone, je taal, je toetsenbord (Azerty, Qwerty), etc. Deze vragen zijn meestal rechtdoorzee en hier hoef je niet veel tijd aan te spenderen.

Het tweede deel is vrij belangrijk. Hier moet je zeer goed opletten dat je niets verkeerd doet. Daarnet hebben we vrije ruimte gecreëerd. In die ruimte gaan we nu Linux installeren. Linux zal zelf enkele voorstellen geven in de aard van: “De harde schijf formatteren en Linux installeren”, “De vrije ruimte gebruiken om Linux te installeren”, enzovoort. Natuurlijk gebruiken wij nu de vrije ruimte om de gekozen distributie te installeren. Die ruimte wordt dan geformatteerd met het bestandssysteem naar keuze (ext3 of ReiserFS zijn meestal een goede keuze). Toch zal je nog moeten partitioneren. Om het Linux makkelijk te maken, wordt er swapruimte toegevoegd. Dit is eigenlijk een uitbreiding op het geheugen. Als het geheugen vol raakt, wordt de swapruimte gebruikt. Vroeger was de regel dat je 2x de grootte van je RAM-geheugen moest nemen. Als je 1 GB geheugen hebt, is dat wat overdreven natuurlijk. Zorg er alleszins voor dat je in totaal (RAM + swap) minstens 512 MB hebt (1 GB is natuurlijk beter). De ruimte die je gebruikt voor swap, zal je voor niets anders kunnen gebruiken. Houdt daar dus rekening mee!

Mountpoints

Mountpoints zijn een zeer handig iets onder Linux. Concreet komt het er op neer dat je alle opslagmedia aan een grote bestandsboom kan hangen. Je kan die media dan benaderen net alsof het een harde schijf of iets dergelijks is. Diskettestations, cd-/dvd’s, zipdrives etc moeten “gemount” worden en komen dan terecht in de /mnt/ map. Je kan al je mountpoints vinden in het /etc/fstab bestand.

Wat is er nu zo handig aan, zal je je misschien afvragen. Wel, je kan ervoor zorgen dat je Windows-partitie automatisch gemount wordt onder Linux. Op die manier kan je alle bestanden op je Windows-partitie lezen/schrijven.

Je kan de vrije ruimte die je voor Linux gereserveerd hebt, ook in meerdere delen opdelen. Je zal sowieso een speciale swap-partitie nodig hebben. Sommige gebruikers verkiezen ook om hun /home directory (met al de instellingen en documenten van de gebruikers) op een aparte partitie onder te brengen. Je moet dit dan aangeven bij de installatie. De partities worden dan automatisch gecreëerd en de mountpoints worden aangemaakt.

Na het partitioneren krijg je meestal de vraag waarvoor het systeem dient: server, workstation, etc. Denk goed na waarvoor je het systeem gaat gebruiken. Als je hier server kiest, terwijl je eigenlijk geen server nodig hebt, zal je een hoop overbodige pakketten mee-installeren. Voor de meesten is “workstation” een goede keuze. Er worden dan tekstverwerkers en woordenboeken meegeïnstalleerd. Eigenlijk alles wat je nodig hebt om dagelijks op die pc te werken.

Sommige distributies geven ook nog de mogelijkheid om zelf de softwarepakketten te selecteren bij het installeren. Afhankelijk van de distributie kan dit vrij veel tijd in beslag nemen. Je kan dan eigenlijk beter één van de voorkeuzes (bv. workstation) kiezen en achteraf de pakketten bij-installeren. Dit voorkomt dat je tijdens de installatie al te veel (of nog erger: te weinig) pakketten gaat installeren.

Na de selectie van het soort systeem (en eventueel de pakketten) gaat de installatie echt van start. De pakketten worden geïnstalleerd. Afhankelijk van de distributie kan dit wel even duren. Uit ervaring weet ik dat je minstens op een half uur moet rekenen. Het spreekt voor zich dat dit grotendeels afhangt van het aantal pakketten dat je geselecteerd hebt voor de installatie. Dit is het geschikte moment om een tas koffie of thee te gaan drinken. Als je een dvd gebruikt, kan je rustig vertrekken. De computer zal reeks mooi afwerken. Als je nog cd’tjes gebruikt, ga dan regelmatig eens kijken of er een nieuwe cd nodig is.

Als je tas koffie/thee leeg is, kan je verdergaan met het volgende item: de bootloader. Een “bootloader” is een klein programmaatje dat zich in de eerste sector van je harde schijf nestelt. Die plaats is ook wel bekend als het Master Boot Record (MBR). Een bootloader zorgt ervoor dat je tijdens het opstarten kan kiezen welk systeem je opstart. Je Linuxdistributie zal nu zelf voorstellen om ofwel een diskette te gebruiken (dan wordt er niets weggeschreven in het MBR) ofwel een bootloader in het MBR te schrijven. De bootloader is een goede optie, zeker als je van plan bent om frequent in Linux te booten (waarom installeer je het anders? ;-).

De GRUB bootloader

De twee bekendste bootloaders zijn LILO en GRUB. Tegenwoordig wordt er bijna altijd GRUB gebruikt, omdat dit programma volledig grafisch werkt. LILO werkt nog in tekstmode en hoewel dit ook handig is, oogt het niet zo elegant. Het installatieprogramma weet zelf dat er op het eerste deel van je harde schijf Windows staat en op het tweede deel Linux. De installatie van GRUB (of LILO) zal dus volledig automatisch gebeuren. Mocht dat toch niet het geval zijn (afhankelijk van je distributie), consulteer dan de fora en (online) handleidingen van je Linux-distributie. Maak zeker ook een “rescue disk” aan als dit gevraagd wordt. Mocht er iets mis gaan bij de installatie van de bootloader, dan kan het systeem toch nog opgestart worden. Meestal heb je zo’n rescue disk niet nodig, maar het is altijd handig als je er ééntje bij de hand hebt. In deze fase van de installatie wordt ook gevraagd om een “rootwachtwoord” op te geven. Dit is het wachtwoord van de beheerder. Zorg ervoor dat je het wachtwoord niet vergeet!

Na de installatie van LILO of GRUB zal de pc herstart worden. Zorg ervoor dat de cd/dvd uit de cd-lade is. Je wilt immers dezelfde installatie geen tweede keer moeten uitvoeren. Als de pc opnieuw opstart, zal het scherm van de bootloader gepresenteerd worden. Je zal er twee opties zien (in het geval dat je enkel Windows en Linux naast elkaar gebruikt). Selecteer nu de Linux-optie.

Kijk goed of je geen foutmeldingen voorbij ziet schuiven op het scherm. Als het te snel gaat, druk dan even op de scroll lock-toets, de tekst stopt dan met scrollen. Je kan al die tekst trouwens achteraf nog doorlezen in de logs. Als alles goed gaat, kom je direct in de grafische omgeving terecht. Dit is per distributie anders en sommige distributies zorgen ervoor dat je bij het opstarten op de commandolijn terechtkomt. Achteraf kan je dan pas instelling om standaard in het grafisch systeem te booten.

Na de installatie

Als je een beetje een recente distributie hebt (zoals Fedora, SuSE of Ubuntu) boot je dus automatisch grafisch. Je krijgt eerst een login venster te zien. Als je geen gebruikers hebt aangemaakt tijdens de installatie, geef je hier als login “root” en als wachtwoord het wachtwoord wat je tijdens de installatie gekozen hebt. Het eerste werk dat je moet doen is gebruikers aanmaken. Zorg ervoor dat je nooit als root hoeft in te loggen. De “root” is immers de hoofdgebruiker en heeft alle rechten om bestanden weg te gooien. Verwacht in Linux ook geen bevestiging als je iets wilt verwijderen. Sommige desktop environments (zoals Gnome en KDE) hebben wel een soort prullenmand, maar die functie is meestal beperkt.

De interface zal je waarschijnlijk wel vrij bekend voorkomen. Meestal is er een balk onderaan of bovenaan met enkele knoppen. De meest linkse knop is meestal het menu. Zoek het controlepaneel van je distributie op en voeg gebruikers toe. Begin alvast met jezelf. Zorg ervoor dat het wachtwoord van de hoofdgebruiker (root) niet hetzelfde is als dat van een gewone gebruiker! Log na de aanmaak van een gebruiker uit en terug in als gewone gebruiker.

Nu kun je het ganse systeem verkennen. Voor alle systeemfuncties en potentieel “gevaarlijke” items zal het rootwachtwoord gevraagd worden. Probeer alles gerust uit. Als je nog nooit met iets anders dan Linux gewerkt hebt, zal het in het begin wat wennen zijn. Verwacht zeker niet dat je in één week alles onder de knie zal hebben!

Tijdens je verkenningstoch kan je ook eens een kijkje nemen in de terminal. Zoek naar een programma met ‘term’ in de naam. Er zijn verschillende soorten van deze terminals, maar ze doen eigenlijk allemaal hetzelfde. Als je zo’n terminal (bijvoorbeeld xterm) start, dan krijg je een soort van commandolijn te zien. Als je ooit met DOS gewerkt hebt, zal je dit zeker herkennen. Enkele commando’s zijn zelfs hetzelfde. Typ nu “ls” en druk enter. Je krijgt te zien welke bestanden in de huidige directory staan. Door op internet te zoeken naar “linux commando” of “bash commando” kan je lijsten vinden met commando’s.

Als je een uurtje het systeem verkend hebt, wordt het terug tijd voor het wat serieuzere werk: updates. Iedere zichzelf respecterende distributie brengt regelmatig updates uit. De meeste van deze updates voegen enkele mogelijkheden toe aan programma’s, maar soms gaat het om veiligheidsupdates. En het zijn net die updates die zo belangrijk zijn voor je distributie. Omdat het update/upgrade-systeem per distributie verschilt, kan je dit het best opzoeken in de documentatie van je distributie. Zelfs als je de nieuwste versie van het internet geplukt hebt, kan je best toch eens een update uitvoeren.

Eénmaal dat gedaan is, ben je klaar om de wondere wereld van Linux te ontdekken!

Hulp zoeken

Zoals al enkele keren gezegd is: verwacht zeker niet dat je alles binnen de week onder de knie zult krijgen. Integendeel zelfs, het zal een hele tijd duren eer je alles zal kunnen wat je wilt. Er zijn Linuxgebruikers die al meer dan 10 jaar Linux gebruiken en die nog van zichzelf vinden dat ze beginner zijn. Dat is nu ook net het leuke aan Linux. Je kan blijven ontdekken en uitproberen.

Wat je de eerste weken zeker veel zal moeten doen, is lezen. Documentatie, FAQ’s, HOWTO’s, fora, wiki’s, nieuwsgroepen, irc, etc. Hoe meer je leest, hoe sneller je bijleert. Onderaan dit artikel vind je alvast een lijst met enkele van de belangrijkste bronnen waar je terecht kan met al je vragen.

Nog even enkele tips voor fora en nieuwsgroepen: * De meeste fora hebben een uitgebreide zoekfunctie. Gebruik deze eerst voor je een vraag stelt. * Lees de ‘sticky’ posts op fora. Dit zijn de posts bovenaan ieder subforum. Ze bevatten veelal een lijst met veelgestelde vragen. * De meeste nieuwsgroepen hebben een FAQ. Zoek deze eerst even op voordat je iets vraagt. * Vraag nooit “Wat is de beste distributie?”, want dat is een straatje zonder einde. Als je toch twijfelt, vertel dan waarvoor je Linux wilt gaan gebruiken en stel zelf enkele distributies voor waar je tussen twijfelt. * Als jouw probleem er niet in voorkomt, start dan een nieuwe post. Vermeld zeker: 1) je distributie (naam, versie, eventueel zelfs de kernelversie), 2) je hardware (enkel de relevante hardware natuurlijk), 3) wat er wel goed werkt (dan kunnen sommige oplossingen al uitgesloten worden).

Op die manier zal je op vrijwel alle fora en nieuwgroepen een snel antwoord krijgen. Zeker het laatste punt is belangrijk, anders krijg je in het volgende antwoord die vragen wel.

Als je persoonlijk contact op prijs stelt, dan kan je ook hulp zoeken in een LUG. LUG staat voor Linux User Group. Dit is een groep van mensen die om de zoveel tijd samen komen om te spreken over Linux of andere open source onderwerpen. Je kan er terecht met al je vragen over Linux. Als je een laptop hebt, kan je die direct meenemen om ter plaatse het probleem te laten bestuderen. Ook als je geen Linux gebruikt, maar nog vragen hebt, kan je er terecht. De mensen daar zullen je maar al te graag laten zien wat je met Linux kan doen. Ook als je twijfelt over hoe je Linux moet installeren, kan je er terecht. Neem je laptopje en de installatie-cd’tjes mee en je krijgt onmiddellijk hulp.

In zowel België als Nederland zijn er verschillende LUG’s. Er is er dus zeker wel ééntje in je buurt waar je terecht kan met al je vragen. Je vindt een uitgebreide lijst van zulke LUG’s in Nederland en Vlaanderen op http://nl.linux.org/community/lug.php en op http://belgian-lugs.be/ .

Om te concluderen zet ik alle stappen nog even op een rijtje:

  • Voor de installatie
    • Mentale knop omdraaien en tijd vrijmaken
    • Ken je hardware
    • Kies een distributie
    • Ruimte vrijmaken
  • De installatie zelf
    • Introductie en basisinstellingen doorlopen
    • Partities aanmaken en verdelen
    • Softwarepakketten selecteren
    • Installatie zelf (koffiepauze!)
    • Configuratie van het systeem
  • Na de installatie
    • Gebruikers aanmaken
    • Systeem verkennen
    • Updates installeren

Je kan enkel zien wat Linux is door het te gebruiken. Hopelijk is dit artikel een aanzet om toch eens de overgang naar Linux te maken. Een dual-boot is een interessante oplossing voor mensen die niet zonder Windows kunnen leven. Zo leer je zonder schrik kennis maken met een ander besturingssysteem. “In a world without fences, who needs gates?”

Bekende distributies

Links


Schrijfbenodigdheden

Potloden, balpennen, vulpennen, gelpennen, … Iedereen heeft zo wel zijn eigen gerief waar hij graag mee schrijft. En er wordt nog veel geschreven. Denk maar aan korte notities die je schrijft aan de telefoon of herinneringsbriefjes. Veel mensen schrijven soms ook nog het adres op een enveloppe (hoewel dat ook met de pc kan, mits ietwat meer moeite). Het schrijven zullen we dus niet zo snel verleren.

Vroeger zou ik het me niet zo hard aangetrokken hebben met wat ik schreef. Ik gebruikte gewoon Parkers. Vrij standaard dus. Vanaf het vierde middelbaar ben ik overgeschakeld op vulpennen, van de ene dag op de andere. Het had gewoon veel meer voordelen toen. Als je de ganse dag nota’s maakt bij de lessen, schrijf je ook veel fouten. En dan was er altijd wel een tintenkiller in de buurt (for the record: ik heb het niet zo voor tipex-toestanden). Nu ik veel minder schrijf, geef ik de voorkeur aan de nieuwere soort schrijfstok: de gelpen.

Schrijven met gel is een ervaring op zich. Het combineert de vlotheid van een vulpen met de simpelheid van een balpen. Je moet het eigenlijk zelf eens proberen om het verschil te merken. Het komt er simpelweg op neer dat de gel gelijkmatig doorstroomt, waardoor je geen onderbroken lijnen meer hebt. Je moet ook minder druk uitoefenen op de pen (de gel vloeit vrij vlot), waardoor je minder snel kramp in je pols zal krijgen. Het grootste nadeel is voor mij dan nog dat het niet uitwisbaar is. Als je eens een foutje maakt, moet je het doorstrepen of, als je een beetje fanatiek bent, uit-tip-exen (wat een woord!). De gel (= inkt) is ook iets sneller op, al hangt dat af van het type dat je gebruikt (dikke punt of fijne punt).

Momenteel gebruik ik de Pilot Pen G-2. Het is een pen die niet te duur is, waardoor je het ook niet al te erg vind als je ze kwijt raakt. Deze gelpen kost ongeveer 2 EUR en is hervulbaar (al vraag ik me af wie zich daarmee gaat bezighouden). Gelpennen kosten tegenwoordig tussen de 2 en de 3 EUR en zijn verkrijgbaar in elke papierzaak.

Als je nog nooit met een gelpen geschreven hebt, koop er eens ééntje en probeer het uit. Je zal verbaasd zijn over de vlotte manier van schrijven. Waarom bestonden die gelpennen niet toen ik het middelbaar zat??


Zinnige e-mails schrijven

Niet iedereen schrijft op dezelfde manier e-mails. Een grootmoeder die haar kleinkind een e-mailtje stuurt, zal haar e-mail anders opstellen dan iemand die in een internationaal bedrijf werkt en dagelijks tientallen (zo niet honderden) mailtjes te verwerken krijgt. Dit artikel is gericht op die laatste categorie: de power-users.

In deze tijd is het e-mailgebeuren niet meer weg te denken uit een bedrijf. Het is al even noodzakelijk geworden als een telefoon. E-mail heeft de telefoon misschien zelfs al overstegen, zeker wat betreft het eenvoudigheid in het gebruik. Dit wilt echter ook zeggen dat er steeds meer en meer e-mails gestuurd en ontvangen worden.

Je kan natuurlijk je mails handig sorteren in mappen of je kan ze taggen. Toch zal je al de mails moeten doorlezen en dat kan, afhankelijk van het aantal ontvangen mailtjes, een tijdrovend werk zijn. Als de persoon die de e-mail schrijf zich aan enkele makkelijk te onthouden regeltjes houdt, maakt deze het al makkelijker voor de ontvanger om de mails te behandelen. Zeker in een bedrijfsomgeving kan dit een grote tijdwinst opleveren. De tips die hierna staan, zijn dus vooral gericht op de verzender van de mails.

Weet waarom je schrijft

Stel jezelf even de volgende vragen voor je een e-mail schrijft: - Waarom schrijf ik dit? - Wat is het gewenste resultaat van dit bericht?

Als je geen goed antwoord kan bedenken voor deze vragen, kan je misschien beter geen mail sturen. Een mail minder geschreven is een mail minder om te lezen. Op mails die zonder gegronde reden verstuurd worden, wordt meestal een onzinnig antwoord gegeven. Dat is niet enkel verspilling van iemand anders’ tijd, maar ook van jouw tijd. Beperk dus het aantal mails dat je verstuurt.

Duidelijke vraagstelling

Je kan een onderscheid maken tussen drie types van bedrijfsmails:

  1. Informatieve mails: “Het document x werd gisteren ondertekend.”
  2. Mails die naar informatie vragen: “Werd het document x al ondertekend?”
  3. Mails waar een actie voor nodig is: “Kan je ervoor zorgen dat document x ondertekend wordt?”

Voor de ontvanger zou het al vanaf het begin zeer duidelijk moeten zijn tot welk type jouw e-mail behoort. Op een informatieve mail wordt immers geen antwoord verwacht. Op de twee andere soorten mails wel. Daarom is het belangrijk om deze informatie zo snel mogelijk duidelijk te maken aan de ontvanger, als het kan in de eerste regel zelfs al. Geef de meeste belangrijke informatie dus het eerst.

Als je niet zeker weet of je doel wel duidelijk genoeg is, typ het er dan gewoon bij. Dit kan iets zijn als: “Ik verwacht van jou dat je document x laat onderteken door persoon y.” Of het kan korter: “Laat doc. x onderteken door y aub.” Zo is onmiddellijk duidelijk wat er moet gebeuren.

Het onderwerp

Een goed onderwerp kan aan de ontvanger zeer snel duidelijk maken waarover de mail juist gaat. Dit is naar mijn mening één van de dingen waar binnen een bedrijf te weinig aandacht aan geschonken wordt. Hoe vaak krijg je geen mails met als onderwerp “Meeting”? Als iemand je dan iets komt vragen hierover, ben je urenlang aan het zoeken om net dat mailtje tussen de tientallen andere meeting-mails uit te halen.

Probeer de kern van de mail al duidelijk te maken vanaf het onderwerp. “Meeting jaarlijkse budgetberekening @ 15 okt” is duidelijker dan gewoon “Meeting”.

Gebruik afkortingen om het doel of de actie al in het onderwerp te verwerken. Enkel afkortingen:

  • MEET: meeting
  • RR: response required
  • AR: action required
  • PERS: personal
  • REMIND: reminder
  • FYI: for your information

Het net aangehaalde voorbeeld wordt dan nog korter geformuleerd: “MEET: jaarlijkse budgetberekening @ 15 okt”.

Een bijna niet gebruikte toepassing van het onderwerp is de “lege mail”. Hierbij stuur je een mailtje met enkel een onderwerp, zonder inhoud. In het onderwerp staat dan alle belangrijke informatie. Vergelijk het met een SMS’je. Hierdoor bespaar je de ontvanger de moeite om een uitgebreide mail te lezen. Zeker bij kleine mailtjes is dit zeer tijdbesparend, voor de twee partijen. Eindig altijd je onderwerp met -eom- (End Of Message). Dit maakt duidelijk dat de ontvanger niet meer verder hoeft te lezen. Een voorbeeld: “FYI: Document x getekend -eom-”.

Minder is meer

Je kent ze wel: de epistels die sommige mensen durven schrijven. Je opent de mail en denkt onmiddellijk: “oh nee…”. Sommige mensen maken, tot ergernis van de ontvangers, kortverhalen van hun mails. Stel je voor dat je zelf zo’n mail moet beginnen lezen. Of erger nog: stel je voor dat je iedere dag 20 van zulke mails moet lezen.

Het is niet enkel een nadeel voor de ontvanger, maar ook voor de verzender. De ontvanger gaat de mail immers niet grondig meer lezen, door de hoeveelheid aan (waarschijnlijk overbodige) tekst. De inhoud wordt dus maar geskimt, waardoor de clue soms gemist wordt. Beperk de tekst van je e-mails dus tot enkel het noodzakelijke. De ontvanger zal dan de moeite doen om alles te lezen, waardoor de boodschap goed overkomt.

Een richtlijn is dat je de tekst zo kort moet houden dat je niet hoeft te scrollen om het allemaal te lezen. Voor de meeste mensen volstaat een maximum van 1200 tekens per mail. Enkel als je bijvoorbeeld de inhoud van een vergadering uitschrijft in de mail, kan je dit overschrijden.

Is er een actie vereist?

Heb je al mails ontvangen waarvan je dacht: “wat moet ik hier nu mee doen?” Soms is het niet duidelijk of de verzender een antwoord verwacht of niet. Als je een aandachtige lezer hebt, zal die waarschijnlijk wel antwoorden, maar laten we er maar van uitgaan dat iedereen die in een bedrijf werkt, gehaast is en dus meestal niet aandachtig leest. Dat zit je met een probleem als je onduidelijke boodschappen uitstuurt.

Daarom is het altijd handig om onderaan de mail, als laatste paragraaf, te zeggen wat er verwacht wordt van je contactpersoon. Dit kan zeer kort zijn. Om bij ons voorbeeld te blijven, wordt dit: “Zorg ervoor dat document X ondertekend wordt door …” Zo is onmiddellijk duidelijk wat er moet gebeuren. De tekst wordt soms nog in het vet gezet, omdat de actie het belangrijkste doel is van de mail.

Denk nu zeker niet dat dit overkomt als een bevel. De meeste mensen appreciëren het wel als je zo’n “actiepunt” in je mail vermeld. Het maakt het hen immers makkelijker om de mail te begrijpen. Het spreekt voor zich dat de toon van de tekst aangepast dient te worden aan de persoon naar wie je schrijft. Een CEO van een groot bedrijf zal je iets vriendelijker moeten benaderen om iets gedaan te krijgen. ;-)

Niet mixen

Sommige mensen lijken het maar niet te snappen: één onderwerp per mail. Door verschillende onderwerpen door elkaar te halen, verwar je enkel de lezer(s). Een mail is gratis (nu toch nog), dus het kan zeker geen kwaad om een mailtje te veel te sturen.

Zorg dus dat je nooit de laatste budgetteringsmaatregelen onderaan de mail zet waarin je een mederwerker feliciteert omdat hij net vader is geworden. De kans is groot dat de bugetteringsmaatregelen nooit gelezen worden.

Het mixen van onderwerpen kan ook nog ergere gevolgen hebben. Stel je even voor dat je een mail stuurt naar je naaste medewerker met zowel confidentiële informatie als informatie die beschikbaar moet komen voor een projectteam. Je medewerker denkt even niet na en forward de ganse mail naar het projectteam. Je kan je wel inbeelden wat er dan gebeurt.

Maak het makkelijk om te quoten

De meeste mensen (vooral de Outlookgebruikers) plaatsen het ganse bericht onderaan en quoten bovenaan. Al eens bekeken hoe de laatste mails van een discussie er dan uitzien? Tientallen mailtjes met ingesprongen tekst. En niemand weet nog wie waarop gereageerd heeft.

Daarom draagt de Usenet-manier van quoten mijn voorkeur weg. Het principe is simpel: quote onmiddellijk onder de tekst waarop jouw antwoord betrekking heeft en verwijder overtollige informatie. Zo beperk je de tekst in de e-mail tot het hoogstnoodzakelijke.

Wat is nu de truuk? Wel, je moet het de ontvanger van de mail zo makkelijk mogelijk maken om zo te quoten. Zorg er voor dat je maar één idee per paragraaf aanhaalt. Tussen elke paragraaf laat je een witregel zodat het verschil duidelijk is. De ontvanger kan dan sneller quoten.

Zelfs al quot je Outlook-style, dan hou je je nog best aan het “1 idee per paragraaf”-principe. Dit maakt het immers voor jou ook makkelijker om al je ideeën op een rijtje te zetten terwijl je de mail schrijft én achteraf als je de mail nog eens moet lezen.

Bedankjes

Eén van m’n favorieten: de bedankjes. Een mail met enkel “Bedankt voor …”. Versta me niet verkeerd: ik lees de zulke mails ook wel graag, maar ze horen niet echt thuis in de bedrijfsmail. Iedereen doet zijn werk zo goed mogelijk. Als ik iemand wil bedanken voor het werk dat hij/zij gedaan heeft, dan spreek ik hem/haar er persoonlijk over aan. Zo heb ik het zelf ook liever. Iemand aanspreken heeft meer impact dan een mailtje (dat waarschijnlijk toch onmiddellijk weggekeild wordt). Je appreciatie voor iemand uitdrukken is belangrijk, maar volgens mij niet zo belangrijk dat je iemands mailbox er mee moet overspoelen.

Nog even samenvatten:

  • Is de mail wel nodig?
  • Verzin een goed onderwerp.
  • Hou de tekst kort.
  • Vertel de ontvanger wat hij moet doen (of niet doen).
  • Eén onderwerp per mail.
  • Maak het makkelijk om te quoten: één idee per paragraaf.
  • Bedank iemand persoonlijk.

Als je je aan deze simpele regeltjes houdt, zal je merken dat je sneller en duidelijker antwoord gaat krijgen op je mails. Je contactpersonen zullen zich na enige tijd automatisch ook van deze regels gaan bedienen. Zeker in de wat kleinere bedrijven worden zulke praktijken vrij snel (meestal onbewust) overgenomen door de medewerkers.

Probeer het zeker uit!


Waarschuwingsvenstergewenning

Heb je dat ook dat je soms te snel op OK klikt en dat je daarna denkt “Shit, dat wou ik helemaal niet!”. Ik denk dat de meeste mensen dat al gehad hebben. Meer zelfs. Iedereen die met een pc werkt heeft al wel eens ervaren dat hij te snel met de cursor naar de OK knop ging.

Je merkt het meestal pas als het te laat is. Zeker als er belangrijke gegevens op het spel staan. Murphy’s Law, noemt dat dan. “Delete all?”. “Yes … euh … NOOOOOO!!!” Ga eens even na. Hoeveel gegevens zou je zo per ongeluk overschreven of verwijderd hebben? Even tussen ons: ik al zeer veel.

Dialoogvenster: Wilt u al uw bestanden verwijderen?Een dialoogvenster zoals er velen zijn.

Dialoogvensters zijn handig, maar soms overbodig. Denk bijvoorbeeld aan het dialoogvenster “Echt naar de prullenmand verwijderen?” (of iets in die aard). Djeezes. Het wordt gewoon naar de prullenmand verplaatst, niet verwijderd. Als je per ongeluk een verkeerd bestand “naar de prullenmand verplaatst”, kan je het toch nog terughalen. Dat is het hele idee achter die prullenmand onder Windows. Waarom vragen ze het dan nog eens?

Het zijn net die nutteloze vragen die ervoor zorgen dat de gebruiker went aan de waarschuwingsvensters. Je ziet een venster opduiken en je klikt op OK zonder de tekst te lezen, zelfs zonder te denken waarom er juist een waarschuwingsvenster verschijnt. In Linux heb ik dat probleem niet. Als ik iets verwijder, is het ook daadwerkelijk weg (ik gebruik XFce, dus geen prullenbak voor mij!). Ik denk dan ook twee keer na voor ik op OK zal klikken. Onder Linux krijg je sowieso minder dialoogvensters die om aandacht schreeuwen.

Wat eigenlijk bedoeld is als iets om de gebruiksvriendelijkheid ten goede te komen, draait plotseling helemaal anders uit. Gebruikers negeren immers de waarschuwingsvensters. En dat is net iets dat je wilt vermijden. Wat kan er aan gedaan worden? Op het vlak van het besturingssysteem is het simpel: toon enkel een waarschuwing als het ook echt nodig is om te waarschuwen. Je moet niemand waarschuwen om een bestand te verplaatsen, wel als datzelfde bestand een anders bestand gaat overschrijven;

De gebruiker kan echter ook enkele maatregelen treffen om beter met zulke waarschuwingsvensters om te gaan. Schakel bijvoorbeeld de prullenmand uit. Je zal dan nog één keer iets verwijderen zonder na te denken, maar daarna onthou je het wel. :-) Na een tijdje zal je merken dat je meer en meer actief bezigbent met het nadenken als je zulke handelingen uitvoert. Als je dan op een pc begint te werken waar het ook echt een verschil uitmaakt (bijvoorbeeld op het werk), zal je mentaal ook beter voorbereid zijn op wat er mis kan gaan. Het grootste probleem met deze aanpak is dat het “vangnet” voor Windows gebruikersweg is. Want wie gebruikt er de prullenmand nu niet om een verkeerd verwijderd bestand terug te halen?

Het punt is vooral dat je niet gewend mag geraken aan het OK klikken. Als ontwikkelaar zou ik bijvoorbeeld regelmatig de OK knop van plaats veranderen. Ik bedoel hiermee niet dat de OK en de Annuleren-knop iedere keer van plaats gewisseld moet worden, maar er moet wel wat meer variatie komen in de teksten en in de plaatsing van de knoppen. Zo moet het mogelijk zijn om de ene keer de knoppen uiterst links te plaatsen, de andere keer in het midden en nog een andere keer volledig rechts. Je denkt dan niet “pff, nog eens hetzelfde venster”, gewoon omdat de plaatsing van de items veranderd is.

Misschien komt er ooit nog wel een betere oplossing uit de bus…

Vraag: Ben jij een OK-klikker of doe je nog de moeite om alle dialoogvensters te lezen?


RSS productiviteit verhogen

Ondertussen is RSS (en Atom) bij de meeste mensen wel bekend. Het toevoegen van fiets feeds is nu zo simpel geworden dat een kind het kan met de ogen toe en de handen op de rug gebonden. OK, dat is misschien wat overdreven, maar in Firefox is het echt niet zo moeilijk (zeker niet in de 1.5 release).

Net omdat het makkelijker is om feeds te gebruiken, wordt het steeds moeilijker om ze te onderhouden. Ik ben er van overtuigd dat niet iedereen dit probleem heeft, maar sommigen zullen het wel herkennen. Je hebt plotseling 150 feeds in je lijst die je dagelijks moet doornemen, waardoor je dagelijks nog veel werk spendeert aan het doornemen van al deze items. Vroeger bezocht je wel maar 50 websites, nu 150 feeds… In weze spendeer je dus evenveel tijd aan het bij elkaar grabbelen van informatie, terwijl het net de bedoeling is van RSS/Atom om het sneller te laten verlopen. Information overload heet dat dan.

Ik stel enkele dingen vast bij het gebruik van feeds:

  • ik verzamel veel te veel feeds (+3 per week, waardoor het aantal snel stijgt)
  • ik verwijder nooit feeds (geeft nogal problemen in combinatie met bovenstaande)
  • ik overloop de items veel te snel
  • ik lees de teksten bijna nooit

Vooral aan dat laatste stoor ik me eigenlijk. Als je websites bezoekt (in plaats van feeds te gebruiken), spendeer je meer “quality time” op de websites zelf. Je doet de moeite om de stukken te lezen en te appreciëren. Nu bekijk ik enkel de hoofdpunten en de teksten in het vet. Het gebeurt tegenwoordig nog zelden dat ik een volledig artikel lees.

Daarom besloot ik om het web af te schuimen, op zoek naar tips om je productiviteit te verhogen met RSS, zodat je meer tijd kan spenderen aan goede websites en zodat je in totaal meer tijd overhoudt (en je tijd niet inwisselt tegen nieuwe websites). Hieronder vind je een lijstje met tips die ik probeer te gebruiken om tijd uit te sparen tijdens het volgen van m’n honderden (ok, tientallen) feeds.

“Must read” en “Not so important”

Verdeel al je feeds in twee groepen: “Must read” en “Not so important”. Ze mogen natuurlijk ook anders genoemd worden. Als je met verschillende categoriën werkt, zorg er dan voor dat deze twee groepen in elke categorie staan. Verplaats de feeds die je elke dag leest naar de “Must read”-groep. De feeds die je wekelijks leest, of gewoon minder interessant vindt, verhuis je naar “Not so important”. De bedoeling is dat de meeste feeds in de “Not so important” groep komen te staan, anders heeft het geen nut. Bij mij staat 25% van m’n feeds bij de “Must read”.

Je zal het ondertussen wel al door hebben: de feeds in de “Must read” groep kan je dagelijks lezen. De andere groep bekijk je niet. In Sage (en waarschijnlijk in nog wat andere feedreaders) kan je die groep gewoon dichtklappen. Dan bespaart het onmiddellijk plaats en wordt je niet in de verleiding gebracht om ze toch te gaan lezen. Eén keer per week (als je eens tijd op overschot hebt) kan je dan de “Not so important” groep bekijken.

Doordat je die groep minder frequent leest, zullen bijna al de feeds in die groep bijgewerkt zijn. Reken er dan ook op dat je dan iets meer tijd zal moeten doorbrengen tussen je feeds.

Wieden

Ben je zo iemand die onmiddellijk een weblog toevoegt als je er één interessant artikel heb zien staan? Zo breid je je lijst natuurlijk wel fenomaal snel uit, maar dit komt de leestijd niet echt ten goede. Binnen de kortste keren staat je feedlijst vol met weblogs/websites die je niet echt interessant vindt.

Hiervoor maak ik de “To be deleted” groep aan. Om de zoveel tijd (bijvoorbeeld één keer per maand) kegel ik alle oninteressante weblogs in die groep. Ze zijn dan nog niet echt verwijderd. De volgende maand open je die groep en lees je de feeds die er in staan. Spreken de feeds je nog aan? Zoniet, verwijder ze dan onmiddellijk. Het heeft dan geen zin meer om ze daar te laten staan. Omgekeerd kan echter ook. Mis je echt een website/weblog, dan kan je het gewoon terugzetten…

Wees vrij grof bij het verwijderen van feeds. Enkel op die manier hou je je feedlijst onder controle. Zeker als je een lijst hebt met 200+ feeds, moet je dit doen. Anders vervuilt je lijst te snel.

Mijn feedlijst ziet er dus ongeveer zo uit (volledig toegeklapt):

  • Nieuws
    • Must read
    • Not so important
  • Blogs
    • Must read
    • Not so important
  • Others
  • To be deleted

In de groep “Others” plaats ik bijvoorbeeld de del.icio.us feeds die ik volg en de feeds van programma’s (om op de hoogte te blijven van updates.

Vaste tijdstippen

Je kent het gevoel wel. Je wilt altijd de eerste zijn om op een weblog te reageren. Daarvoor ververs je 50 keer per dag je feedlijst. Of je hebt zo’n feedreader die een pop-up toont als een feed bijgewerkt werd.

Heel handig allemaal, maar zo verspil je eigenlijk best wel veel tijd. Probeer het aantal keer dat je je feeds leest te beperkten tot 2x per dag (bijvoorbeeld ‘s morgens en ‘s avonds). Ik besefte dit vroeger ook niet en het viel me op hoeveel tijd je op die manier bespaart. Je hoeft immers niet iedere keer een browser te openen, de feeds te laten updaten, te lezen, … . Het maakt wel degelijk een groot verschil.

Niet skimmen, maar lezen

Zoals ik hierboven al aanhaalde, merkte ik bij mezelf op dat ik de teksten op websites/weblogs niet echt meer las. Ik skimde er gewoon over (skimmen = snel overlopen). Uiteindelijk ben je daar niets mee. Je weet immers niet goed waarover de tekst gaat.

Sta dus even stil bij de goedgeschreven teksten en spendeer wat tijd om ze grondig te lezen. Soms zitten er echt wel pareltjes tussen die het verdienen om gelezen, en herlezen, te worden. Ik denk bijvoorbeeld aan Daring Fireball. Daar verschijnen regelmatig teksten waar je gerust een kwartiertje kan aan lezen. Achteraf is je dan ook wel duidelijk hoe de auteur over een bepaald onderwerp denkt. Door de tekst echt te lezen krijg je dus meer voldoening (dat merk ik toch bij mezelf).

Verwijder de linkblogs

Je kent ze wel, blogs die niets anders doen dan verwijzen naar artikels op andere websites. Verspil je tijd niet door iedere dag door tientallen van zulke linkblogs te waden. Concentreer je eerder op de inhoud waarnaar ze verwijzen (de originele websites dus).

Zo nu en dan zijn linkblogs echter wel handig. Zeker als je iemand kent met een linkblog die dezelfde interesses heeft als jij. Je kan er dan van uit gaan dat je een groot deel van de geposte links ook daadwerkelijk leest. Als dat niet het geval is, verwijder de feed dan.

Del.icio.us gebruik ik zelf ook, maar het is een gevaarlijk iets (op het vlak van tijdverspilling dan). Je kan er ook te veel tijd in spenderen. Soms wordt je er letterlijk overspoeld door een veelheid aan (meestal herhaalde) informate. Beperk dus het aantal del.icio.us feeds dat je volgt.

Tot slot

Iedere doorwinterde persoon met 200+ feeds heeft waarschijnlijk een eigen techniek om zijn feeds onder controle te houden (hoe hebben ze anders nog een leven?). Deze tips beschrijven enkel hoe ik het makkelijkst kan werken en zijn dus zeker geen perfecte oplossing.

Ik besef dat deze tips waarschijnlijk niet op iedereen betrekking zullen hebben. Zeker als je maar tien weblogs volgt, zal je er weinig aan hebben. Toch denk ik dat feeds (RSS/Atom) in de toekomst veel belangrijker gaan worden. Het is dus geen slecht idee om nu al een systeem uit te werken, ook al gebruik je het nog niet volledig. Ik ben ook begonnen met enkele feeds en heb achteraf veel werk gehad om ze allemaal te sorteren…

Vraag: Welke methode gebruik jij om je lijst met feeds onder controle te houden?


Herfst redesign

De herfst komt er binnenkort weer aan. Je merkt het al aan het typische weer: veel wind en zo nu en dan een goede regenbui. Bij een nieuw seizoen horen nieuwe kleurtjes, ook op een website.

Dat is natuurlijk niet de enige reden dat ik een nieuw design ontworpen heb. Ik was de oude lay-out eigenlijk beu. Het was niet volledig m’n eigen design, maar soort hack. Deze keer heb ik zelf het WordPress-thema ontworpen. Volledig van nul. Ik heb er wel wat op gevloekt, want het heeft even geduurd eer ik het allemaal kreeg zoals ik het wou.

De grootste aanpassing is waarschijnlijk de voorpagina. In plaats van een lijst met artikels, staat er nu enkel nog het laatste artikel (eventueel zelfs nog ingekort, als het te lang is). Dit heb ik zo gedaan omdat de voorpagina een soort “sluis” moet vormen naar de andere artikels. Bij een gewoon weblogontwerp (omgekeerd chronologisch) vind ik dat nogal moeilijk. Je moet de ganse pagina doorbladeren om een artikel te vinden.

Nu staat het laatst geschreven artikel centraal. Onderaan zie je de laatste tien artikels en de laatste tien reacties (altijd handig). Het menu heb ik zo simpel mogelijk gehouden. Rechtdoorzee dus. Het heeft nu wel een beetje weg van een sitemap, waardoor het voor toevallig voorbijsurfende lezers makkelijker wordt om een overzicht te krijgen. Ik merkte dit vooral bij mensen die op zoek waren naar de Sage Stylesheet Selector. Engelstalige mensen vonden in m’n vorige ontwerp de link niet onmiddellijk. Nu zie je hem in één oogopslag staan.

Een lay-out als deze werkt natuurlijk enkel als je:

  • lange artikels post,
  • niet te frequent post.

Als je artikels te kort zijn, is het voor de gebruiker de moeite niet om verder te klikken. Daar heb ik een mouw aan gepast door korte artikels volledig te tonen. Het tweede probleem is iets moeilijker te omzeilen. Als je te snel achter elkaar post, zullen je “oudere” artikels al snel van de voorpagina verdwijnen. Wat erger is, is dat het hoofdartikel (het laatste artikel) te snel doorgeschoven wordt, waardoor de kans bestaat dat het niet gelezen wordt. Gelukkig schrijf ik niet zo frequent, waardoor ik er niet al te veel last van zal hebben.

Zoals ik al aangehaald heb, heb ik de kleuren gekozen op basis van het seizoen. In plaats van de standaard, zeer grauwe kleuren, heb ik geopteerd voor een ietwat speelsere combinatie (geel-rood-blauw). Het blauw doet me denken aan de herfstlucht, net voor een onweer. Het geel aan de kleur van afgevallen bladeren. Het rood dan weer aan appels (ik ben de naam van de soort vergeten, maar ze zijn zeer lekker). Het groen (ja, er zit groen in) lijkt een beetje op verdord gras. Zo van dat gras waar je dringend meststoffen op moet gooien…

Ik heb nog niet de kans gehad om de website uitgebreid uit te testen op ander browsers. Het zou dus nog kunnen dat het er hier en daar wat anders uitziet. Op Firefox ziet het er wel goed uit. De website zou volledig XHMTL transitional moeten zijn (momenteel toch nog). De CSS is nog niet volledig in orde, maar die wordt nog op punt gesteld. Blijkbaar herhaal ik te veel tags.

Er zijn nog enkele pietluttigheden die ik graag goed zou krijgen. Zo krijg ik de datum niet in de Nederlandse vorm. De maand blijft altijd met een hoofdletter staan. Ook de reacties onderaan een artikel zijn nog niet perfect. Ze zouden iets verder uit elkaar moeten staan. Maar daar vind ik nog wel iets op.

Ik hoop dat jullie het nieuwe design wel zien zitten (en anders moet je er maar leren mee leven. ;-) ). Laat maar weten wat je er van denkt. Als je nog fouten vindt, zeg het dan gerust!


Jobhunting

Na eindelijk afgestudeerd te zijn (na 18 jaar op de schoolbanken te vertoeven), ben ik op zoek naar een job. Niet zo’n makkelijke opgave, niet in het minst omdat ik er altijd met het openbaar vervoer moet raken. Een auto is niet echt een optie, zeker niet met de benzine/dieselprijzen van tegenwoordig.

Ondertussen heb ik m’n cv’s al online geplaatst. Je weet immers nooit of er iemand meeleest. Als iemand iets weet, mag je me altijd mailen.

Even kort wat ik zoek:

  • Functie: management assistant (administratie)
  • Locatie: liefst in Leuven (of in de buurt van)
  • Bedrijf: internationaal, met interessante bedrijfsactiviteit (lees: géén bank!)
  • Soort: vast werk

En nu maar hopen dat ik zo snel mogelijk iets vind. Ik heb nog vakantiewerk tot eind september, maar daarna zou ik toch graag aan de slag gaan…


Gelukkige verjaardag Opera!

Opera mag vandaag tien kaarsjes uitblazen. Om dat te vieren krijg je vandaag (en enkel vandaag) een gratis registratiecode. Met deze versie kan je Opera gebruiken zonder advertenties. Lees meer »


Tiger interface voor WordPress

Het gebeurt de laatste tijd weer veel te weinig dat ik eens specifiek een nieuwtje in WordPress bespreek. Bij deze probeer ik daar dus terug iets aan te veranderen. Ik ga het dit maal hebben over de Tiger interface, een thema dat het hele administratiescherm van WordPress herwerkt tot een juweeltje… Lees meer »


The tv is back!

De hemel zij geprezen! De tv is terug. :-)

Wat was er aan? Transistor kapot. De kosten bleven eigenlijk nog vrij beperkt vond ik (70 EUR). Een nieuwe tv zou er een veelvoud van gekost hebben. De oorzaak: standby…

Blijkbaar is het zeer ongezond om een tv in standby te zetten. De “elektrieker” zei dat hij regelmatig tv’s binnenkreeg waar er iets doorgebrand was doordat de tv een tijd in standby gestaan heeft. Zeker ‘s nachts is het af te raden om een tv op standby te laten staan. Een brand is gauw gestart op die manier.

Al bij al is het dus nog vrij goed afgelopen. Gelukkig maar, want vanavond is het weer CSI. ;-)


Googlen niet enkel een werkwoord

Google wordt door de meeste mensen al gebruikt als een werkwoord: “Google maar eens.” Je hebt het waarschijnlijk al genoeg gehoord. Tegenwoordig is Google echter ook een zelfstandig naamwoord, want “Google Praat”.

Gisteren heeft Google een nieuw product voorgesteld: Google Talk. Ondertussen kan je op bijna elk weblog al iets lezen over deze nieuwe dienst van Google. Hoewel het nog maar een begin is, lijkt het dus al direct een hit.

De reden waarom ik hierover begin, is niet omdat ik een Google-liefhebber ben. De technologie achter Google Talk is … (tromgeroffel) … Jabber!! Google heeft gekozen voor open technologiën. Dat wilt dus ook zeggen dat je het Google Talk programma niet hoeft te gebruiken. Je kan altijd een andere Jabberclient gebruiken. Linux- en MacOS-gebruikers kunnen zelfs niet anders, aangezien er enkel een officiële Google Talk client is voor Windows.

Is dit dan de grote doorbraak voor Jabber? Ik hoop het alleszins. Ik besef maar al te goed dat 95% van de gebruikers nooit zal weten welke technologie er achter schuilgaat. Maar als Google Talk even populair wordt als Gmail (en andere Googlediensten), dan denk ik dat Jabber een mooie toekomst tegemoet gaat. :-)

Als er trouwens mensen zijn die het graag eens willen uitproberen en niemand hebben om tegen te praten, kan je mij toevoegen: ben . branders at gmail . com . Alvast veel plezier gewenst met deze open technologie!! ;-)


« Ouder |